Het gaat zoals het gaat

Als ik één tip heb voor mensen die op eigen houtje Zuidoost-Azië willen verkennen, dan is het “go with the flow”. Niets gaat hier zoals je hoopt of verwacht dat het zal gaan en steeds als je denkt “dit kan niet waar zijn”, wordt het toch nog net een beetje gekker. Gewoon rustig alles over je heen laten komen is dus het devies.

Zo zijn we gisteren teruggekomen van Atauro Island. Omdat de ferry ($5) maar twee keer per week vaart, ben je op andere dagen aangewezen op de “luxe” dragon star boot ($13) die je in 1 uur naar de overkant brengt (de ferry doet er 4 uur over). Deze “luxe” boot blijkt een afgedankte Maleisische rivierboot te zijn, waarvan menigeen zich afvraagt of deze eigenlijk wel zeewaardig is. Bovendien wordt de boot hermetisch afgesloten, dus als je omslaat ben je vrijwel zeker kansloos. Maar geen nood, wij hebben inmiddels een heel andere set aan normen en waarden ontwikkeld en stappen vastberaden in. Ik houd de hele weg mijn ogen dicht terwijl ik verschillende rampscenario’s doorneem (lukt best voor 1 uur) en Marc kijkt dapper toe hoe golven van twee meter hoog onder de boot doorrollen. Eenmaal aangekomen in de haven van Dili verwacht je met deze “luxe” boot toch dat je minstens op de kade wordt afgezet. Helaas. In de baai gaat de boot voor anker, en worden we in kleine groepjes opgehaald door een zeer krakkemikkig houten bootje dat ons op het strand laat uitstappen. Typisch.

Vandaag werd onze flexibiliteit wederom op de proef gesteld. Op weg naar Maubara (want “impressive 17th century fort built by the Dutch, that is a must-see”) stappen we op het busstation in een microlet (minibus die plaats biedt aan 10-12 personen) die ons daarheen moet brengen. Het eerste uur rijden we rondjes op en om het busstation om extra passagiers te vinden. Op een gegeven moment valt het me op dat we nu wel erg ver terug naar Dili rijden. Wat blijkt? Onze meest recente passagier heeft nieuwe tegels nodig voor zijn huis. Dus zo komt het dat we enige ogenblikken later met de microlet en 7 passagiers bij de lokale bouwmarkt staan, waar iedereen meehelpt in het beslissingsproces. Even later rijden we met zijn allen naar het magazijn om de gekozen tegels op te halen en in te laden. En je raadt het al: op weg naar Maubara zetten we de beste man en zijn nieuwste aankopen ook netjes even thuis af. Met zijn allen.

Drie uur later arriveren we in Maubara (49km van Dili), waar we het fort bijna over het hoofd zien en we ook niet bijzonder onder de indruk zijn van de “impressive church”. Desondanks hebben we een zeer vermakelijke dag, want ook de terugreis zit weer vol onverwachte rondjes en bezoekjes.

Vandaag was onze laatste dag in Dili en dus ook in Oost-Timor. Dit land heeft best wel een beetje ons hart gestolen, ondanks dat we lang niet alles gezien hebben wat we hadden willen zien. Eén mysterie blijft echter onopgelost: op weg van de grens naar Dili zagen we in elk dorpje, hoe klein en armoedig ook, een pooltafel staan. Echt. Professionele pooltafels onder een afdakje. Niemand heeft ons tot nu toe kunnen uitleggen waarom die pooltafels daar staan en hoe die daar gekomen zijn. Een overijverige minister misschien? Een donatie van de World Pool Billiard Association in het kader van hun internationale hulpprogramma?? Wie het weet mag het zeggen!

Morgen verlaten we Zuidoost-Azië. Een beetje pijn doet het wel. Op weg naar een nieuw hoofstuk en een heleboel nieuwe ervaringen!

Als dan..

.. als je eerst drie en een half uur over de berg en door de jungle naar de andere kant van het eiland moet lopen om aan te komen op een verlaten strandje met drie hutjes.... als na de prachtige zonsondergang het licht ook echt uit is..

.. als je ’s nachts niet kan slapen omdat de branding zo luid is..

.. als je hutje op palen wel een slot op de deur heeft maar ook een groot vierkant gat dat als raam dient waardoor je zo naar binnen kunt stappen.... als je in je ooghoek iets ziet bewegen en er plots twee schelpjes met pootjes en oogjes op stokjes voorbij komen lopen, overduidelijk druk en ergens naar op weg..

.. als de zee zo helder is dat je vanaf het strand kunt bepalen wat de beste snorkelplek is..

.. als je op je luie harlekiets onder een palmboom ligt, boven je drie kokosnoten ziet hangen en de vraag “valt-ie wel of valt-ie niet” je grootste zorg is.... als het koraal dezelfde kleuren heeft als je flippers en je omgeven bent door duizenden vissen die gewoon lekker hun gang aan het gaan zijn..

.. als je telefoon geen bereik heeft. Niets. Noppes. Nada..

.. dan weet je dat je toch een stukje van het paradijs gevonden hebt!

@Atauro Island (west side), Timor-Leste

Op zoek naar het paradijs

Inmiddels hebben we Indonesie verruilt voor Dili, de hoofdstad van Oost-Timor. Van daaruit besluiten we op zoek te gaan naar wat in de reisgids en op diverse websites omschreven wordt als “het paradijs op aarde”. Diezelfde reisgids en websites vermelden er ook bij dat deze plek, Jaco Island, nogal lastig te bereiken is. De eigenaresse van ons hotel kan dit alleen maar bevestigen. Het gesprek met haar gaat ongeveer als volgt: “Have you guys decided where you wanna go next?” “Yeah, we want to try and make our way to Jaco Island.” “Huh, it is very hard to get there.” “Yeah, that why we are keen on going.” “Huh, you might as well try and climb Mt Ramelau.” “Well, that was option nr 2 on the list…”

Dus zo geschiedde. Ondanks dat het maar 192 km is naar Tutuala Beach (van waaruit je een vissersbootje kunt charteren), denken we dat we drie dagen nodig hebben om er te komen.

Op dag 1 nemen we dus geheel volgens plan de bus van Dili naar Baucau. Onze reisgids (Lonely Planet uit 2011; de meest recente versie die we hebben kunnen vinden) vermeldt een busstation niet ver van ons hotel. Omdat in de reisgids staat dat zo’n busstation vaak niet meer is dan een verlaten bushokje, kijken we niet raar op als we aankomen bij een leeg veldje met daarop… een bijna vergaan bushokje. We wachten. En wachten. En wachten. Tot we erachter komen dat het busstation verplaatst is. Poging 2.

Aangekomen op het Becora busstation, nemen we plaats in een van de bussen die naar Baucau gaan. Omdat een bus hier pas vertrekt als alle plaatsen verkocht zijn, kiezen we de bus waar de meeste mensen in zitten. Na ongeveer een uur beginnen we aan deel 1 van de beproeving. De busrit (in de reisgids optimistisch omschreven als een rit van 3 uur over goede wegen) blijkt een dramatische tocht over zeer slechte wegen te zijn. Vol met potholes en langs steile afgronden, waar je volgens onze chauffeur prima met 80 km/u langs kan razen. Op sommige plaatsen staan nog stukjes muur om de rand van de weg aan te duiden en op andere plaatsen staan stukjes vangrail. Maar geen zorgen: waar het muurtje of de vangrail onbreekt, hangen vlaggetjes. Kleine vlaggetjes, maar toch: ik voel me meteen een stuk veiliger.

Vijf uur later bereiken we Baucau, goed door elkaar geschud en grijs van het stof.. In Baucau nemen we onze intrek in het Blue Ribbon Guest House met uitzicht over de zee. De eigenaresse spreekt enkel Indonesisch, maar dat mag de pret niet drukken. We besluiten 2 nachten te blijven, zodat onze maag even tot rust kan komen alvorens we verder gaan met de beproeving.

Op dag 3 verlaten we dus vol goede moed ons guesthouse op weg naar Lospalos. Uit de interactie met de eigenaresse hebben we kunnen opmaken dat we naar het busstation moeten voor de bus naar Lospalos. We nemen een microlet (soort kleine bestelbus met bankjes waar ongeveer 10 mensen in kunnen) en komen aan op een (wederom) verlaten terrein.

Op een paar bussen naar Dili na, lijkt er weinig te gebeuren. Maar wachten is inmiddels onze specialiteit, dus geduldig nemen we plaats op een stoepje en laten we ons bekijken door nieuwsgierige locals. Na een tijdje komen er een paar jongens naar ons toe met de vraag waar we heen gaan. Als we zeggen dat we naar Lospalos willen, volgt er een hoop commotie en blijkt (je raadt het al) dat de bus naar Lospalos niet vanaf het busstation vertrekt. Nee, de bus naar Lospalos stopt bij een grote boom in de oude stad, op een steenworp afstand van het Blue Ribbon Guest House. Zo gezegd, zo gedaan en enkele ogenblikken later zitten we weer in de microlet, terug naar de old town.

We worden afgezet bij een grote boom, waar zowaar nog een aantal mensen zitten te wachten. Geduldig zetten we ons op een muurtje en wachten en wachten. Geen bus te bekennen. Een uur later… nog niks. Inmiddels hebben een paar wanhopige medepassagiers een microlet bereid gevonden om naar Lospalos te rijden. Voor $15 kunnen we ook mee. We bedanken vriendelijk (een buskaartje kost $4 pp), en de rest van de passagiers stapt ook weer uit. Blijkbaar was het de bedoeling dat wij de hele rit gingen subsidieren..

Nog eens een uur later stopt er wederom een microlet die wel naar Lospalos wil rijden. Nu is het belangrijk om te weten dat een microlet behoorlijk krap is (denk: kleine bestelbus, twee bankjes die in de lengte tegenover mekaar staan en een laag dakje, dus gebogen zitten). Met onze westerse lichamen is dat in de stad al een beproeving, maar 5 uur lang over slechte wegen?? Dat is ons toch echt te gortig.. We wachten nog een half uur (inmiddels zijn we al 4 uur “bezig”) en besluiten uiteindelijk dat het concept “paradijs” toe is aan een herziening, nemen (alweer!) een microlet naar het busstation en van daaruit de bus terug naar Dili.

En zo komen we dus, wederom grijs van het stof en onverrichter zake, terug van ons avontuur. Tutuala Beach en Jaco Island hebben we niet bereikt. In plaats daarvan zijn we op zoek gegaan naar het paradijs in Dili. Voor degenen die ook op zoek zijn, hieronder onze top 4:

1. Peace Coffee, R. Jacinto de Cândido, Dili

2. Kaffè U’ut Hali Hun, Páteo, Dili

3. Letefoho Specialty Coffee Roaster, Dili

4. Gloria Jean’s Coffees, R. 30 de Agosto, Dili