De voorzet op de voorzet

Zenuwen. Wie kent het niet? Een raar gevoel in je buik, knikkende knieën, trillende benen, … Vrijdagavond had ik het weer behoorlijk te pakken. En niet vanwege een spannend afspraakje, maar vanwege een doodgewone voetbalwedstrijd.

Iets nieuws beginnen na je vijfendertigste gaat namelijk niet echt vanzelf. Zeker niet als het iets is waar je van nature niet zoveel aanleg voor hebt. In mijn geval dus: sport. Tel daarbij op een nogal bevlogen coach (lees: fanatiek) en je begrijpt waarom ik regelmatig met lood in mijn schoenen het veld betreed. Want de scherpe blik van onze coach ontgaat niets. En net zoals zijn voetbalvrouwen heeft hij over alles wat wij doen een mening. En die is niet mis. Echt. Hij is Waldorf en Statler in één!

Gelukkig heeft hij inmiddels een lange weg afgelegd en doet hij nu ook aan positieve feedback en opbouwende kritiek. En pep-talks. Afgelopen vrijdag was het weer zover. Een thuiswedstrijd tegen PVCV. Voorafgaand aan de wedstrijd spreekt de coach ons nog even bemoedigend toe. “We gaan … vanaf de eerste minuut voetballen; … aansluiten zodat er geen gat tussen de twee linies valt; … mekaar coachen; … rugdekking geven; … ” Ik knoop alles goed in mijn oren. Met als gevolg dat ik met knikkende knieën het veld op stap. Want stel dat ik een fout maak.

Voetbal is wat dat betreft best wel een beetje te vergelijken met mijn werk. Als verdediger kan zelfs een klein foutje grote gevolgen hebben. Als onderzoeker geldt dat ook, alleen zijn fouten daar minder direct zichtbaar. Toen mijn eerste artikel gepubliceerd werd, heb ik twee weken slecht geslapen. Want stel nou dat ik een foutje had gemaakt en niemand heeft het gezien maar een oplettende lezer komt erachter? Zo half-half verwachtte ik elke ochtend een email in mijn inbox met daarin niet alleen de geconstateerde fout maar ook de conclusie dat ik maar beter een andere baan zou kunnen zoeken. Deze email bleef gelukkig uit, maar de angst om fouten te maken blijft.

In mijn werk zijn Waldorf en Statler echter anonieme reviewers, waarmee je op papier in discussie gaat en meestal op een zeer beleefde manier. Tijdens een voetbalwedstrijd is de feedback direct en zonder beleefdheden. En zie je direct resultaat van je acties. Zo gaf ik vrijdag toevallig wel de voorzet op de voorzet waaruit we konden scoren. Dat zie ik in mijn vakgebied nog niet zo snel gebeuren!

Gemengde gevoelens

Het allermooiste van vrouwenvoetbal is wat mij betreft de emoties die het oproept bij mannelijke clubgenoten. Sinds de start van ons team worden we met gemengde gevoelens in de gaten gehouden zo lijkt het. Schaamte, frustratie en nieuwsgierigheid liggen verrassend dicht bij elkaar. En medelijden blijkbaar ook.

Schaamte is er vooral bij de jongere spelers. “Oh jee, mijn moeder zit op voetbal en ze kan er niks van!” Mijn stiefzoon heeft me nog nooit zo vaak uitgelachen als toen ik begon met voetballen. “Dit moesten wij bij de F-jes ook doen!” en “Vares, jij kunt er echt helemaal niks van he”. Een gemengde training met de jongens onder 17 leidde ook tot wat ongemakkelijke blikken toen de leiders een groepje maakten waarbij één van de jongens bij zijn moeder werd ingedeeld. Sommige zaken moet je gewoon strikt gescheiden houden.

Frustratie daarentegen was (is) er zeker bij een aantal andere clubgenoten. Omdat we nog een behoorlijk steile leercurve af te leggen hebben, willen we graag twee keer in de week trainen. En dat betekent dus dat er een veld voor ons moet worden vrijgemaakt en dat andere teams moeten opschuiven. Hetzelfde geldt voor onze thuiswedstrijden en daar zijn andere teams niet altijd gelukkig mee!

Maar het meest interessante gebeurde gisteravond tijdens de laatste wedstrijd van een van de KNVB toernooitjes. Toen we met 6-0 achter stonden besloot de scheidsrechter (!) dat we hulp nodig hadden. Als ongewenst extra lid van ons team ging hij zich actief inzetten om ons te “helpen”. Nadat we van de verbazing bekomen waren (“waarom probeert de scheids de bal van onze tegenstander af te pakken?”) hebben we toch enigszins verontwaardigd het veld verlaten. Schaamte en frustratie zijn tot daar aan toe, maar medelijden?! No thanks!

Gelukkig heeft over het algemeen denk ik de nieuwsgierigheid toch de overhand. En de fascinatie.. 😉

Voetbalteam of seksclubje?

Eerlijk is eerlijk, het succes van ons voetbalteam kan grotendeels verklaard worden door de inzet en toewijding van 1 man: onze coach. Weer of geen weer: elke training en elke wedstrijd staat hij weer voor ons klaar. Blijkbaar heeft ook deze man altijd zin.

Je moet het hem maar te doen geven. Een gemiddelde training trekt zo’n tien tot zestien dames, die in de eerste plaats komen voor de gezelligheid. Dat betekent keuvelend een paar rondjes inlopen en vervolgens doorkletsen terwijl de coach een oefening probeert uit te leggen. Op een slechte dag gaat de Blue Tank ook mee en gebeurt dit alles onder luide muziek. Tsja, probeer dan maar eens de aandacht te krijgen voor een rij plastic hoedjes en een ingewikkeld patroon van afleggen en doorpassen.

In tegenstelling tot de F-jes die ongeveer van hetzelfde niveau zijn, hebben de dames van PVC Dames I ook een mening. Elke poging om iemand te corrigeren kan dan ook rekenen op het bekende “Ja, maar..”. Om nog maar te zwijgen over gevoelens. Want een nieuwe (team)sport beginnen na je veertigste brengt het kleine meisje in ons naar boven. En dat gaat gepaard met de gebruikelijke angsten en onzekerheden (waarom sta ik altijd wissel? wat betekent het dat ik in team wit zit en niet in team blauw?)

Gelukkig zijn er ook voordelen:

Te beginnen met twee keer per week het gezelschap van tien tot twintig dames die soms zelfs naar je luisteren. Waar de meeste mannen zich druk maken om die ene vrouw die niet naar ze luistert, kan onze coach meestal wel rekenen op 20% aandacht. Dat zijn er toch al gauw twee tot vier. Niet gek lijkt me!

Een onbedoeld bijeffect is daarnaast het respect van andere mannen wanneer we gaan stappen. Geen grap. Als we met zijn allen op een feestje zijn, wordt er vaak met een mengeling van verbazing en nieuwsgierigheid gekeken. Wat doet die ene man met al die vrouwen? Een enkeling is zelfs dapper genoeg om aan onze coach te vragen hoe het zit. De antwoorden variëren hierbij van “zij zitten in het voetbalteam dat ik coach” (de waarheid) tot “we hebben een seksclubje” (you wish!). Op deze laatste verklaring reageerde een assertieve man zelfs met “nou, als je een keer niet kan..!” Zo zie je maar weer: zelfs buiten het veld kun je plezier hebben met zo’n team.

Maar het allermooiste is natuurlijk het teamuitstapje. Vorig jaar gingen we naar Ibiza. Mocht de coach zomaar op vakantie met 12 vrouwen. In 1 huisje. Afgelopen zaterdag publiceerde het NRC een twee pagina’s grote advertentie van de ExperienceTravel Bucketlist voor 2019. Op nummers 7, 11 en 19 respectievelijk De ijsberen op Spitsbergen, Antarctica en de Noordpool. Lekker koud. Zeg nou zelf: zou je niet veel liever gewoon met 12 leuke vrouwen in een huisje op Ibiza zitten?

Vrouwenvoetbal is de snelst groeiende sport van Nederland. Dat biedt dus perspectief voor de man die nog twee avonden en een zondagochtend vrij heeft in zijn agenda!

Cool runnings

Zo’n drie jaar geleden ben ik begonnen met voetbal. Echt waar. Zonder enige voetbalervaring heb ik me aangesloten bij PVC Dames I. Een team dat eveneens niet gehinderd wordt door een lang voetbal verleden. Een nasleep van een familietoernooi en een iets te enthousiast “laten we gaan voetballen” in combinatie met een overijverige voetbalmoeder die graag de daad bij het woord voegt. Ken je die film “Cool Runnings” over dat Jamaicaanse bobslee team dat nog nooit sneeuw gezien heeft? Nou, dat zijn wij. Maar dan op het veld.

Als het niet zo leuk was, had het vast iets droevigs. Tweeëntwintig dames waarvan de meesten tussen de 45 en 50 zijn die twee keer per week door het stof gaan om die verrekte bal nu eindelijk eens onder controle te krijgen. Waarom hebben ze dat ding ook rond gemaakt??!

Gelukkig hebben we sinds de start van ons team al wel wat vooruitgang geboekt. Maar ja, als je bij nul begint is dat ook niet zo lastig. We kunnen inmiddels een bal passen en aannemen en tijdens de wedstrijden lukt het zelfs om min of meer op onze positie te blijven. Maar we trainen dan ook niet voor niets twee keer per week!

Sinds vorig jaar doen we zelfs mee in de KNVB competitie. Kun je het je voorstellen? Onze tegenstanders komen perfect overeen met hoe je je voetballende vrouwen voorstelt: kort haar, stevige bovenbenen en potig. Ik kan het niet anders zeggen. En dan komen wij: de meisjes uit de stad met onze paardenstaartjes en glimmende schoenen. Gelukkig blinken we uit in de derde helft. Stiekem verdenk ik de helft van mijn teamgenoten er zelfs van dat ze daarom zijn gaan voetballen. Gewoon elke twee weken op vrijdag wedstrijd en daarna gezellig een paar biertjes drinken. En op woensdag na de training. En op zondagmiddag als we nog geplaagd worden door spierpijn van de training van woensdag. Elk nadeel heeft tenslotte zijn voordeel!