De Muggenjacht

Elke zomer is het weer zover.. je ligt nietsvermoedend in bed, al half in slaap, als je ineens naast je hoort: “Shit. Een mug.” Voor sommigen (lees: ondergetekende) een signaal om iets dieper onder de dekens te kruipen zodat de mug niet bij je oor kan komen. Voor anderen een directe ‘call for action’: De Muggenjacht.

De Muggenjacht is niet zomaar iets. Het omvat meer dan de gebruikelijke opgerolde krant en een slaperig oog. Nee, de muggenjacht is een serieuze aangelegenheid, waarbij de jager (manlief) achtereenvolgens het grote licht aan doet, de keukentrap klaarzet, en de elektrische vliegenmepper uit de kast pakt. Klaarwakker speurt hij elke centimeter van de kamer en het plafond af op zoek naar een mug die met mijn blote (slaperige) oog amper te zien is. Wanneer het insect in kwestie gelokaliseerd is, wordt zo stil mogelijk de keukentrap in gereedheid gebracht en niet veel later staat de mug oog in oog met de jager. De laatste voorzien van elektrische vliegenmepper.

Er volgt nog net geen schermutseling, waarna de jager teleurgesteld terugkeert van de trap. Mis. Een nieuwe poging volgt en bovenstaand ritueel herhaalt zich net zolang totdat de mug in kwestie op niet subtiele wijze geelektrocuteerd is. Het muggenlijkje wordt voorzichtig naar de badkamer gebracht en daar zorgvuldig weggespoeld. Die zien we niet meer terug!

Helaas blijft het niet altijd bij 1 mug en het kan dus zomaar voorkomen dat de nachtrust ruw onderbroken wordt door een waar jachritueel, waarbij de ene na de andere mug ‘rucksichtlos’ aan zijn (haar) einde komt. Waarna de jager weer rustig de keukentrap opbergt, de elektrische vliegenmepper in de kast legt, en terug naar bed keert.

Eindelijk! Nu gaan we lekker slapen! Totdat… (je raadt het al)… ik wakker schrik uit een diepe slaap terwijl ik naast me iemand zuchtend hoor zeggen: “Shit.” En het hele ritueel weer van voor af aan begint..

Waarom skiën mensen eigenlijk?

Vandaag heb ik voor de derde keer in mijn leven geskied. De eerste keer was toen ik 22 was en voor het eerst op skivakantie ging. Degenen die mij al lang genoeg kennen, weten hoe dit is afgelopen: ik had meer belangstelling voor uitgaan dan voor skiën en in de zes skidagen die in deze trip waren inbegrepen heb ik er denk ik drie daadwerkelijk op ski’s gestaan. De tweede keer was een aantal jaar geleden toen ik in een vlaag van verstandverbijstering dacht dat het wel een goed idee was om een keer ski’s te huren. Het was slecht weer en de meeste pistes waren toch dicht. Een gelukkige bijkomstigheid was dat de piste die wel open was een oefenweitje inclusief lopende band betrof, waar ik toch zeker drie afdalingen gemaakt heb.

De derde keer was dus vandaag. En ik moet zeggen: ik vraag me echt af waarom er zoveel mensen skiën? En waarom niet meer mensen gaan snowboarden? Ik zal het even uitleggen:

Ten eerste, het materiaal. Denk twee zware, logge schoenen, twee ski’s en jazeker twee stokken. Totaal zes stuks materiaal. De schoenen doe je aan, zodat je in elk restaurant compleet kansloos bent als je naar het toilet moet (want die zijn altijd in de kelder en te bereiken via een lange stenen trap). De ski’s en stokken daarentegen moet je dragen. En dat valt nog niet mee. Eens, ook ik koesterde een romantisch beeld over hoe ik met ski’s op mijn schouder naar de skilift zou paraderen. De realiteit is echter minder rooskleurig. Twee ski’s blijven zelden goed aan mekaar zitten, het vereist een paar spierballen om ze op je schouder te krijgen (waar ze dan dankzij de bindingen zeer ongemakkelijk liggen) en als je ze eenmaal vasthebt kun je onmogelijk nog van koers veranderen zonder onschuldige omstanders pijn te doen. En dan heb ik het nog niet gehad over de stokken die je ook nog mee dient te nemen..

Ten tweede, de activiteit zelf. Twee ski’s betekent namelijk dat elke ski onafhankelijk van de andere kan opereren. In de praktijk betekent dat dat de ski’s over elkaar heen kunnen gaan, of erger nog uit elkaar kunnen gaan zonder dat je daar als gebruiker veel aan kunt doen. Het risico op een gebroken been ligt dan ook constant op de loer. Daar komt nog bij dat elke afdaling een ingewikkeld patroon volgt, waarbij je afwisselend op je rechter- of linkerbeen moet leunen, afhankelijk van welke onderaan is. Dit vereist nogal wat coordinatie. Oh ja en ook hier zit je weer met: twee stokken. Die tijdens een groot deel van de afdaling voor mij als beginnende skiër geen enkel doel lijken te dienen. Nu begrijp ik eindelijk waarom skiërs op een blauw pad altijd met hun stokken tikken als ze me inhalen. Wat moet je er anders mee?! Nauwgezette observatie van andere skiërs leidt me tot de drie belangrijke toepassingen van skistokken: voortduwen van jezelf op een te vlak pad, de weg aanwijzen op een grote gebiedskaart, het voorttrekken van gestrandde snowboarders aan het einde van een pad dat omhoog gaat. Ikzelf heb de stokken vooral gebruikt voor het terugduwen van mezelf uit de berg wanneer ik was vastgelopen…

Kortom, na een middagje skiën kan ik eigenlijk maar één conclusie trekken: te weinig mensen zijn zich bewust van de voordelen van snowboarden. Ik zal ze daarom even opsommen: twee paar lichte boots die ook tijdens de apres-ski heerlijk lopen en dansen, één snowboard dat zich prima onder de arm laat dragen, altijd op hetzelfde been leunen tijdens een afdaling, en geen gedoe met stokken dus je hebt je beide handen vrij om te zwaaien, te wijzen, en jezelf terug te duwen als je bent vastgelopen. Oh ja, en je kunt even lekker gaan zitten als je toevallig moet wachten. En als je vastloopt op een blauw pad? Dan zijn er altijd nog behulpzame skiërs!

Schoenenstress

Jeej! De zomer komt eraan. Ok, officieel is het nog winter, maar toch. De zon schijnt en het is warm genoeg om op het terras te zitten. Dat ik volgende week nog op wintersport ga probeer ik voorlopig maar even te negeren. Want sinds vorige week heb ik de zomer in mijn bol!

En dat biedt perspectief, want schoen-technisch is de lente nu eenmaal het leukste seizoen. Je hoeft niet meer in bergschoenen de sneeuw in of in regenlaarzen door de plassen. Mooi weer betekent meer keus: laarsjes, pumps, sandalen, slippers… Met als grote vraag van elke dag: welke schoenen trek ik aan?

Nu moet ik bekennen dat ik de dag vaak begin met deze vraag. Want de weersomstandigheden in combinatie met de geplande activiteiten scheppen een aantal randvoorwaarden die het gemakkelijker maken om te kiezen uit de 62 paar die tot mijn beschikking staan.

Helaas gaat het desondanks weleens mis. Zo kwam ik ooit op een zakelijke trip naar Brazilië aan op bestemming met drie paar mooie hakken toen bleek dat we een week lang alleen maar open mijnen zouden gaan bezoeken. En voor een presentatie tijdens een paper development workshop moest ik mijn leuke jurkje combineren met een paar (geleende) roze pantoffels, omdat buitenschoenen niet waren toegestaan in de chalet. It’s a tough life…

Maar… oefening baart kunst en na ettelijke jaren oefenen denk ik dat ik de beslissing kan terugbrengen tot drie eenvoudige stappen:

1. Het weertype.

Eigenlijk de voornaamste beperkende factor in de schoenenkeuze. In de winter zijn open muiltjes en slippers nu eenmaal niet erg warm. Bovendien houden ze je voeten niet droog in de sneeuw of regen. Tijdens een mooie zomerdag, daarentegen, zijn die hoge laarzen vaak net iets te warm en eerlijk is eerlijk, combineren ze ook net iets minder leuk met een mooi jurkje. Ik kijk daarom ’s ochtends altijd eerst even op de weerapp om te weten wat voor weer ik kan verwachten.

2. Type dag.

Tenzij je in een onderzoeksomgeving of in de IT werkt (volgens mij kan daar echt alles!), is het verstandig om ook even na te gaan welke afspraken of actviteiten er voor een dag gepland staan. Dagje Efteling? Laat die hakken maar thuis. Belangrijke klantenafspraak? DICHTE schoenen. Oók als het 30C is. Oh ja, en een panty. Het strand? Vooruit, nu kun je eindelijk slippers aan! Wel naar kantoor maar nog lege ruimte in de agenda? Neem dan het zekere voor het onzekere. Niets zo genant als met je ongelakte nagels in sandalen ineens op een afscheidsborrel staan (tenzij je in de IT werkt natuurlijk).

Tip voor als je geen risico wilt nemen: een paar pumps op kantoor laten staan. Een lifesaver als je er in de auto halverwege je werk achter komt dat je je roze gympen nog aan hebt, maar ook naar een promotiecommissie moet!

3. Type schoen.

The moment you’ve all been waiting for

Op basis van het weertype en het type dag, heb ik de beslissing teruggebracht tot 12 hoofdcategorieën. Hierbinnen kun je vervolgens helemaal los gaan! Op een regenachtige koude dag kies je bijvoorbeeld een leuk, net laarsje uit (pas wel op met suède) en op een mooie, warme zomerdag kan je prima in een leuk sandaaltje naar je werk gaan. En als je gaat voetballen? Badslippers 🙂

Timing is everything

Het is weer uitverkoop. Voor sommige mensen het hoogtepunt van het jaar, voor anderen een compleet drama. Zelf voel ik vooral drie emoties: irritatie, verwarring, stress.

Irritatie omdat je in Nederland bijna genaaid bent als je ergens ooit de volle prijs voor betaalt. Ik heb lange tijd in Belgie gewoond en daar is het gewoon duidelijk: twee keer per jaar (januari en juli) is het uitverkoop. Deze begint op de 1e van de maand en gaat door tot de laatste dag van de maand. Sommige winkels proberen daarna nog “ronde prijzen”, maar in de meeste zaken is het in februari, respectievelijk augustus, gewoon voorbij met de solden. Dit in tegenstelling tot Nederland. Er is namelijk altijd wel ergens een uitverkoop gaande, of een andere kortingsactie. Bovendien lijkt dit door te gaan tot in het oneindige, waarbij de rekjes met “troep die niemand wil hebben” gelukkig wel steeds verder naar achteren verdwijnen.

Welk me bij mijn tweede emotie brengt: verwarring. Want uitverkoop maakt echt het ergste in mensen los en ik vraag me toch altijd af: waarom?? Mensen die op de eerste dag van de uitverkoop in drommen staan te wachten bij hun favoriete winkel. Om met korting iets te kopen wat er vermoedelijk al een heel seizoen hangt en wat dus niemand wilde hebben? Voordeel van online shoppen is dat je dit nu in ieder geval anoniem en in pyjama kunt doen!

Maar, eerlijk is eerlijk, ik voel ook stress. Want hoewel ik helemaal niet van uitverkoop hou, voel ik me toch verplicht om in de uitverkoop rekken te kijken en een klein beetje schuldig om enkel iets uit te nieuwe collectie te kopen. En om het geheel nog erger te maken, houd ik in allerlei apps de prijzen van sommige artikelen (categorie “nice to have”) bij tot ze gedaald zijn tot een acceptabel niveau om dan alsnog tot aankoop over te gaan. Hoe irritant is het dan als het artikel nog voordat het geleverd is alweer verder in prijs gedaald is?!

Het is dus een nogal woelige tijd voor mij. Ik hoop dat het snel voorbij is. Zodat ik weer zonder stress en schuldgevoelens de volle mep kan betalen voor iets dat ik niet echt nodig heb!

Gelukkig nieuwjaar!

2018 zit er weer op! Afgelopen maand heb ik weer, samen met de rest van Nederland, succesvol maar liefst 5 feestdagen doorstaan. Sinterklaas, kerstavond, eerste kerstdag, tweede kerstdag en oudejaarsavond. Stuk voor stuk dagen waarop de paniek bij veel mensen toe lijkt te slaan, want stel dat er vanaf morgen nergens meer eten te kopen is?! Al sinds mijn bijbaantje bij Geert Bongers in Nuenen, verbaas ik me over de hoeveelheid eten die mensen in huis halen voor deze dagen en de bezorgdheid dat het niet voldoende zou zijn. Mijn persoonlijke ervaring leert dat het altijd teveel is, want ook feestdagen zijn gewone dagen en zeker als je de hele dag stilzit is er geen echte reden om meer te eten dan gewoonlijk.

Met het eindigen van december is de stress echter pas net begonnen. Het dilemma van de komende dagen: wie moet ik wel of geen gelukkig nieuwjaar wensen en welke manier is passend? Vroeger stond je om 0:01 uur op straat en werden er handen geschud met buren, voorbijgangers en andere vage bekenden. Soms vergezeld van een (te natte) zoen (trauma!). Toen de mobiele telefoons kwamen kon je van de gelegenheid gebruik maken om al je vrienden te bellen, hetgeen enkel voorkomen werd door het feit dat het mobiele netwerk daar niet op berekend was en het soms wel tot 1:00 duurde voordat je iemand aan de lijn kreeg. Met de komst van (mobiel) internet is ook dat probleem opgelost: tegenwoordig kun je prima binnen blijven zitten en per whatsapp grote groepen vrienden en andere contacten een digitale nieuwjaarswens of meme sturen. Net zo makkelijk. Gevolg? Talloze nietszeggende appjes met de tekst “Gelukkig nieuwjaar!”. Voordeel: geschikt voor al je contacten dus makkelijk schaalbaar. Nadeel? Ik voel er zo weinig bij..

Om sneller tot een goede beslissing te kunnen komen, heb ik een beslisboom opgesteld.

Quick sheets - 3

Deze beslisboom geeft helaas geen antwoord op het dilemma wel of niet zoenen. Iedereen kent immers de ongemakkelijke situatie met die ene collega waarbij jij denkt dat er handen geschud gaan worden, terwijl die ander denkt dat er gezoend gaat worden. Om dat te voorkomen neem ik geen enkel risico: tot 8 januari werk ik thuis!

 

Kussentjes

“What are they for?!”

Degenen die ooit de BBC-serie Coupling hebben gevolgd, weten vast wel waar ik het over heb. De cushion-rant van Steve, waarin hij zich afvraagt wat in vredesnaam het doel is van kussentjes (https://youtu.be/Lp0-8Ibkczc). En ik moet zeggen: ik vraag het me ook weleens af.

Op de bank liggen ze immers vaak in de weg en lijken ze zich voornamelijk nuttig te maken in het geval zich een spannende scene op TV voordoet en iemand even iets nodig heeft om in te knijpen. Een kussentje met de tekst “ik vind jou leuk” heeft ook nog het bij-effect dat je het kunt inzetten in allerhande situaties waarbij je iemand anders iets duidelijk wilt maken of gewoon de angel ergens uit wilt halen. Maar afgezien daarvan: geen idee!

In hotels valt het me vaak op dat er veel teveel kussens op je bed liggen. Ok, fair enough, in sommige hotels krijg je in ieder geval nog verschillende kussens zodat je wat te kiezen hebt, maar meestal liggen er zo’n 4-7 kussens op je wachten, for no particular reason.

Dus wat doe je dan? Na aankomst selecteer je het kussen van jouw keuze. Die leg je twee naast elkaar in het bed en de rest gooi je op de grond aan de kant waar je niet loopt, of leg je op het andere nachtkastje. De boodschap lijkt me duidelijk.

Dus wat bezielt overijverige schoonmaaksters om elke dag alle kussens weer terug op mijn bed te leggen?! Sommige schoonmaaksters verdenk ik er gewoon van dat ze het erom doen. Passief, aggressief gedrag dus. Misschien omdat ik te weinig fooi geef? Het gevolg is in elk geval dat ik elke avond weer in de weer ben met de hele set kussens. Het selecteren van de beste twee, het verplaatsen van de rest, … En dat hele circus begint morgen weer van voor af aan. Het lijkt wel Groundhog Day!

Maar vanaf nu ben ik ze te slim af. Ik heb de overbodige kussens namelijk verstopt. In de kast, helemaal achterin. Dat zal ze leren. Ben benieuwd hoe ver de ijverigheid reikt en hoeveel kussens ik morgen aantref in mijn bed, en in mijn kamer!

Nooit te oud om iets nieuws te proberen!

Eén van de voordelen van mijn werk is dat je regelmatig in contact komt met andere culturen. Mijn co-auteur in Singapore is een perfect voorbeeld: ze is opgegroeid in India en heeft sinds haar studie in de Verenigde Staten gewoond en nu dus in Singapore. We werken sinds 3 jaar samen aan een aantal projecten maar doorgaans overleggen we via Skype. Het voordeel van Skype is dat je niet hoeft te reizen en dat het dus efficient is. Het nadeel is dat je daardoor behalve over werk niet zo heel veel andere dingen bespreekt.

Hoe anders is dat als ik in Singapore ben! We leren elkaar steeds een beetje beter kennen en zij is net als ik heel open en direct. We hebben dus hele openhartige gesprekken over het leven, werk, carriere en relaties. En het grappige is dat we ondanks onze verschillende afkomst, tegen heel veel dingen hetzelfde aankijken. En dat we van elkaar proberen te leren. En dat laatste nemen we deze keer wel heel letterlijk.

Zij leidt een redelijk rustig leven met veel bezinning. En ze vindt dat ik daar wel wat van op zou kunnen steken, dus vorige week heeft ze meteen iemand geregeld voor een introductie in mediteren. Gevolg: afgelopen week heb ik mijn eerste drie meditatiesessies gehad. Sinds ze weet dat ik gek ben op Indiaas eten, ben ik ook al twee keer uitgenodigd om bij haar thuis te komen eten. De eerste keer kreeg ik nog bestek, maar blijkbaar was het gisteravond tijd voor de volgende stap. Onder toeziend oog van haar man en zoon (die me met een mengeling van nieuwsgierigheid en vermaak in de gaten hielden) heb ik de hele maaltijd met mijn rechterhand naar binnen gewerkt. En vergis je niet: dit zijn geen boterhammetjes, maar een nogal natte yoghurtrijst met saus en een soort mangosalade. Een echte ervaring dus!

Maar donderdag is het ‘pay-back’-time. Want mijn co-auteur is nog nooit in een bar geweest. Serieus. Nog nooit. Want ze drinkt niet. Nou zie ik dat laatste niet echt als een obstakel, dus heb ik haar voorgesteld dat ik haar meeneem naar een bar in Singapore. Eerst probeerde ze me nog te koppelen aan een vriendin van haar, maar met de nodige argumenten heb ik haar kunnen overtuigen. Donderdag is het zover. Dan ga ik haar meenemen naar één van mijn favoriete bars in Singapore. Als voorbereiding op een bezoek aan Kanaalzicht. En weet je.. ze zegt van niet, maar ik heb de indruk dat ze er best wel naar uitkijkt!

Mijn nieuwe vriend

Als je vaak alleen reist dan ontmoet je nog weleens iemand. Van mijn reizen naar Zwitserland heb ik een goeie vriend overgehouden (ontmoet in het vliegtuig!) met wie ik twee keer per jaar ga eten, en van een eerder bezoek aan Singapore twee mensen met wie ik elke winter foto’s van skigebieden uitwissel. Ik bedoel maar. Alleen reizen lijkt saai, maar heeft ook zo z’n voordelen.

Ook dit keer heb ik weer geluk. Ik heb namelijk sinds eergisteren een nieuwe vriend. Sinds mijn eerste verblijf is het een soort traditie geworden om de avond af te sluiten op het dak van mijn woontoren. Met een biertje en prachtig uitzicht over de stad en bij gebrek aan gezelschap dit jaar ook met mijn e-book.

Zo zat ik ook eergisteren rustig en alleen (dacht ik!) te genieten van een zwoele zomeravond. In eerste instantie had ik niet eens in de gaten dat ik niet alleen was. Toen hij dichterbij kwam en zijn been het mijne raakte, schrok ik op uit mijn boek. Wie had gedacht dat ik niet alleen zou zijn?!

Achteraf is het logisch. Mijn nieuwe vriend en ik hebben veel gemeen. We houden allebei van eten, van de warmte en van het uitzicht. Hoewel ik me afvraag of hij er echt van kan genieten. De laatste 10 minuten van mijn boek brengen we in stilte door. Mijn vriend drentelt wat rond en ik geniet van de laatste slokken van mijn drankje. Dan is het tijd om afscheid te nemen. Enigszins gehaast loop ik naar de lift. Eerlijk gezegd hoop ik dat hij nog wat achterblijft en zodoende niet erachter komt waar mijn apartement is. Want hoewel hij me best aardig lijkt, wil ik liever niet dat hij weet waar ik woon…

Vanavond ga ik weer naar het dak. Ik vraag me af of mijn vriend er ook zal zijn en of ik me in dat geval niet beter eerst zal omkleden. En of ik voor hem iets te eten mee zal nemen of juist niet. Want zeg nou zelf: het is best ingewikkeld… zo’n vriendschap met een kakkerlak!

Allemaal slimme mensen… en ik.

De komende twee weken verblijf ik in Kent Vale, het wooncomplex behorende bij de National University of Singapore (NUS). NUS is een van de topuniversiteiten wereldwijd en nr 1 in Azië. Als je rondloopt op de campus word je overal herinnerd aan de fantastische uitvindingen die hier haar oorsprong hebben.

Op Kent Vale wonen alleen maar mensen die bij NUS werken. Verdeeld over ongeveer 800 apartementen wonen hier professoren van NUS met hun gezin. Nog eens drie hoge gebouwen met ‘serviced apartments’ bieden tijdelijke woonruimte aan mensen die voor korte tijd bij NUS zijn voor onderzoek of om les te geven. Kent Vale is dus een soort hotspot waar slimme mensen wonen. En dat is best een vreemde gedachte. Want dat betekent dat iedereen die ik hier tegenkom minstens net zo slim is als ik (maar waarschijnlijk slimmer!).

Ik ben hier dus 24/7 omringd door slimme mensen. Ik hoop dat het besmettelijk is. Er is alleen één klein probleempje: de slimme mensen en ik doen niet veel dingen samen. In de gym ben ik vaak alleen, en aan het zwembad zie ik vooral slimme mensen in wording (onder de 10). Ook de tennisbaan is al dagenlang verlaten. Blijkbaar verkwisten echt slimme mensen hun tijd niet aan roddelblaadjes lezen aan het zwembad of ’s avonds een biertje drinken op het dak van het complex. En afgaande op wat ik zo op het eerste oog zie, denk ik ook niet dat ik ze ga tegenkomen in één van de shoppingmalls die Singapore rijk is.

Gelukkig is er hoop: elke ochtend van 7:30 tot 10:00 is er het ontbijt-voor-slimme-mensen in de ontbijtzaal. Mijn wekker staat op 7:15. Zodat ik zeker op tijd ben en qua verzorging niet teveel uit de toon val. Want stel dat slimheid toch besmettelijk is..!

Uitzicht vanaf het dak.

National University of Singapore