Pashokje

Een van de dingen die ik het meeste mis tijdens de coronacrisis is even lekker onbezorgd de stad in gaan om te shoppen. Het is geen geheim dat een bezoek aan de Bijenkorf voor mij pure ontspanning is en ik ben oprecht blij dat ze nog steeds open zijn.

Maar shoppen in de stad heeft ook iets unheimisch. De drukte, de talloze mensen zonder mondkapje die net te dicht bij je in de buurt zijn, en het oneindige aanbod aan desinfecterende handgel waarmee je bij het binnengaan van elke winkel opnieuw je handen moet insmeren. Net toen ik besloten had om minder online te shoppen, werd online shoppen ineens bijzonder aantrekkelijk. Geen drukte, geen handgels en geen mondkapje. Bovendien gemakkelijk te combineren met online vergaderen.

De afgelopen maanden waren dus een soort walhalla. Ik stond namelijk zo’n beetje continue in mijn pashokje. Een maand of 8. Want waar je normaal gezien een stuk of 6 items uit de winkel meeneemt een paskamer in, moeten deze 6 items vandaag de dag eerst besteld en bezorgd worden. Dit betekent dat de gebruikelijke passessie is verlengd van 15 minuten tot 15 dagen, want niet alle items kunnen gelijk geleverd worden en een andere maat uit het rek pakken duurt nu een dag of drie. Mijn innige band met de bezorgers van PostNL en DHL is de afgelopen maanden dan ook verder versterkt. De band met mijn partner staat daarentegen onder druk. Meneer begrijpt het concept ‘pashokje’ geloof ik niet zo goed.

Afgelopen vrijdag was ik sinds tijden weer eens in de stad. In echte winkels. Met echt personeel. En echte spullen. Die je kan voelen, vasthouden, passen en vergelijken. En dat allemaal in afzienbare tijd. Bovendien veel minder opvallend dan de pakjes en zakjes die via de bezorger bij ons binnen komen. “Ik sta in een pashokje” maakt nu plaats voor “ik steun de lokale middenstand”, een argument dat duidelijk op meer begrip kan rekenen. Instant gratification dus, maar dan anders 😉

FOMO

Ik heb best wel last van FOMO. Het idee dat anderen iets leuks doen en ik er niet bij ben, vind ik soms onverdraaglijk. Zo erg zelfs dat ik tijdens mijn wereldreis, terwijl ik in Chili aan het snowboarden was, toch jaloers was toen ik alle foto’s voorbij zag komen van vriendinnen die tijdens de hittegolf verkoeling zochten op een terrasje. Tsja. Je hebt het nu eenmaal niet altijd voor het zeggen.

Ik had eigenlijk altijd al last van FOMO. Als ik huiswerk moest maken terwijl mijn vrienden iets leuks deden, kon ik me maar moeilijk concentreren. In het dorpscafé waar bij mijn weten werkelijk nooit iets gebeurde, bleef ik toch elke avond stug zitten tot sluitingstijd. Je wist immers maar nooit, maar de gedachte dat het ineens heel leuk zou worden en ik dan thuis zou zijn, was onverdraagbaar. Tijdens mijn studententijd ben ik er een beetje overheen gegroeid, maar helemaal weggegaan is het niet.

Totdat corona kwam. Waar ik voorheen in het weekend nog wel eens baalde dat ik niet uit kon gaan, heb ik nu ineens nergens last van. De reden? Er gebeurt gewoon simpelweg te weinig. Mijn social media wordt niet langer overspoeld met berichten van mensen op exotische locaties of extravagante feestjes. In plaats daarvan lijkt iedereen een pas op de plaats te maken. Verre reizen en spannende vakanties hebben plaatsgemaakt voor… ja voor wat eigenlijk? Online meetings en zoom borrels?! Een weekendje weg in eigen land? Stiekeme feestjes bij iemand thuis met afgeplakte ramen? Het klinkt misschien stom, maar drank waar je teveel voor betaalt, smaakt toch een stuk beter!

Dus ja.. de coronacrisis heeft ook wel een paar voordelen. Zeker nu je in de kroeg moet zitten, afstand moet houden en alles om 22:00 dicht moet, is er van FOMO nog nauwelijks sprake. Saai. Maar wel lekker rustig 😉

Thuis in mijn toga

Zoals de meeste mensen met een kantoorbaan, werk ik sinds half maart zoveel mogelijk thuis. De eerste weken nog met een laptopje voor een rommelige boekenkast, maar inmiddels voorzien van een extra beeldscherm, externe webcam en kastdeurtjes. Ook online wil je immers een bepaalde identiteit neerzetten en niet iedereen hoeft te weten dat ik een sloddervos met rugproblemen ben.

Ook mijn werkgever heeft een online professionaliseringsslag gemaakt. Niet alleen op het vlak van online colleges, maar vooral op het vormgeven van online ceremonies, zoals de promotie plechtigheid. Waar tijdens mijn eerste online promotie een aantal commissieleden nog verloren raakten op weg naar de breakoutroom, zijn we nu een paar maanden en vele ervaringen verder. Concreet betekent dit niet alleen dat we alle commissieleden aan boord kunnen houden, maar ook dat we er alles aan doen om deze formele aangelegenheid zo goed mogelijk vorm te geven. Zo zat ik vanmiddag nog in toga en met baret achter de computer op mijn werkkamertje.

En ik moet zeggen: het voelt toch een beetje raar. Om in je eigen huis je toga aan te doen. En als ik em dan eenmaal aan heb (uiteraard met pantoffels eronder want ik ben immers thuis), houd ik mijn hart vast. Want stel dat er wordt aangebeld en ik moet de deur open doen. Ik probeer het me voor te stellen: de onschuldige pakketbezorger met een pakje van bol.com. De voordeur die open gedaan wordt door iemand in een toga. Compleet met baret. En daaronder pantoffels. Het geeft toch te denken.. Ik kan alleen maar hopen dat de bezorger zich niet afvraagt wat er in dat pakketje zit..

The things we do…

Weer of geen weer, elke dag trekken ze door de straten van onze wijk: kersverse moeders met hun pasgeboren babies. Gestaag duwen ze de kinderwagen voort, al dan niet onderwijl append op hun telefoon. Het heeft bijna iets romantisch: samen met je babietje een lekker wandelingetje maken en op de terugweg boodschapjes doen. Goed voor de ontwikkeling van de kleine longetjes en mama’s figuur. De waarheid achter deze wandelingetjes is echter minder rooskleurig. Dikke kans dat de mama’s die je ziet maar 1 doel voor ogen hebben: slaap voor hun baby en dus een moment van stilte voor henzelf.

Gewapend met een flinke dosis country muziek (een wandeling is in zekere zin namelijk ook een road trip) trek ik er drie keer per dag met de kinderwagen op uit. Boodschappen doe ik vanzelfsprekend niet meer bij de dichtsbijzijnde supermarkt want dan ben ik te snel weer thuis. Nee, in plaats daarvan verzin ik steeds weer een nieuw “doel” met bijpassende wandeling van 1-2,5 uur. Mijn stiefzoon vond het moeilijk te geloven, maar je kunt prima te voet naar de Bijenkorf.

Een ideale wandeling herbergt dan ook een aantal componenten: interessant route (denk water of bomen), minstens 3km lang, en een doel. De beste wandelingen hebben daarnaast ook ongeveer halverwege de route een rustig koffietentje met goede koffie. Trust me, ik kan inmiddels een boekje uitbrengen met “wandelingen voor kersverse mama’s voor elk moment”.

Gelukkig is mijn baby soms ook sneller tevreden. Jasje aan, muts op, handschoenen aan, … en terwijl ik hem instop vallen de oogjes al dicht. Drie rondjes om de eetkamertafel en meneer ligt in een diepe roes te slapen. Kinderwagen in een hoek van kaner en lekker laten liggen want hij heeft toch niet door dat we niet weggaan. Soms leg ik zelfs een paar obstakels op de grond voor een meer natuurlijk effect.

De Truman Show dus. Maar dan gewoon thuis. 😉

Als je geen zin hebt in de yoga-les

Een praktische handleiding voor baby’s vanaf 6 weken

Heeft jouw moeder ook een lesje mama-baby yoga gepland? En heb je er, net als ik, weinig zin in? In deze blog leg ik je uit hoe je hieraan kunt ontsnappen.

Je kunt natuurlijk beginnen met tegenstribbelen als mama je jas aan wil trekken. Helaas is dit vaak niet erg effectief ondat mama groter en sterker is en dus altijd wel een manier vindt om die mouwtjes om jouw armpjes te wurmen. Maar… je kunt deze techniek wel gebruiken om tijd te rekken in de hoop dat mama de bus mist. Helaas zijn veel mama’s hierop voorbereid en leidt deze actie op zijn best tot een verkorte wachttijd bij de bushalte.

Dan volgt de reis naar de yoga locatie. Mama zal hiervoor de kinderwagen nemen (en de bus) of met de auto gaan. In beide gevallen betekent het een ritje waarbij je al snel in slaap zal worden gewiegd. Probeer je hier niet tegen te verzetten, maar maak van de gelegenheid gebruik om energie te verzamelen voor de serieuze verzetsacties die gaan volgen. Je hebt deze energie hard nodig, dus zorg dat je uitgerust bent!

Aangekomen op de yoga-locatie is het tijd voor het echte werk. Wacht hiermee tot de les begonnen is en mama samen met de andere mama’s in een kring zit om liedjes te zingen. Dit is het juiste moment voor actie 1: het veinzen van buikkrampjes. Huil hard en doordringend, zodat mama de yoga-juf niet kan horen en al haar aandacht nodig heeft om jou te sussen. In het begin zal ze nog proberen om de poses met 1 arm mee te doen maar ze zal er snel genoeg achter komen dat dat niet werkt.

Na ongeveer een half uur buikkrampjes kun je overstappen naar het honger-huiltje. Zeker als mama flesjes geeft, ga je haar hiermee wel met wat extra werk (en frustratie) opzadelen. Sommige locaties hebben bijkomend voordeel dat er geen magnetron is dus als mama slecht is voorbereid, vergt dit wel wat extra inspanning voordat er een flesje klaar is. Deze tijd kunnen jullie uiteraard niet aan de yoga besteden.

Heeft mama het na het geven van het flesje nog niet opgegeven of is er tijd over? Dan kun je het beste als genadeslag nog een spuitluier produceren. Hierbij wordt mama niet alleen gedwongen om jouw luier te verschonen ten overstaan van alle andere moeders, ze moet jou ook nog volledig van schone kleertjes voorzien. Helaas was mijn mama goed voorbereid met extra pakjes, maar dat mocht de pret niet drukken.

Na 1 uur konden mama en ik nog 5 minuten met de les meedoen. Dat was wel te overzien. Na afloop ging mama lunchen en heb ik heerlijk geslapen in de kinderwagen. Verzet kost immers veel energie! De yoga-les is voorlopig uit mijn agenda geschrapt 💪😎

Niet opgeven

Gisteren heeft Jaap Stam na 119 dagen de handdoek in de ring gegooid als trainer van Feyenoord. En ik moet zeggen: ik vind wel dat hij snel opgeeft. Ok, het voetbal bij Feyenoord loopt niet echt lekker dit seizoen, maar om nou na 12 wedstrijden ofzo de stekker er al uit te trekken?!

Neem dan een voorbeeld aan onze coach Rob. Sinds 2015 onze vaste coach én trainer. Onbezoldigd. Staat er altijd en is zelfs teleurgesteld als wij de training niet laten doorgaan. Qua intensiteit een rol die vergelijkbaar is met het trainen van een top-team.

Om te beginnen: 21 speelsters. Dames dus. Iedereen die net als ik ooit op een meisjesinternaat gezeten heeft, begrijpt wat ik bedoel. Want in een team met zoveel vrouwen heb je nu eenmaal regelmatig “gedoe”. Ten eerste zijn er de emoties tijdens de training. “De trainer geeft mij minder aandacht dus ik denk dat hij mij niet leuk vindt”. Om eerlijk te zijn denk ik dat dat er weinig mee te maken heeft. Aan de andere kant van het spectrum: “de trainer geeft mij veel aandacht dus ik denk dat hij mij een slechte speelster vindt”. Zo kun je het als trainer dus niet snel goed doen. Toch staat Rob er twee keer per week, met frisse moed en zonder ogenschijnlijke tegenzin. Daar kan Jaap Stam een voorbeeld aan nemen.

En dan zijn er nog de wedstrijden. Verliezen is geen uitzondering en zelfs uitslagen waarbij we met dubbele cijfers verliezen komen elk jaar wel een keer voor. Zelfs als niemand geblesseerd is en alle speelsters fit zijn. Gooit Rob dan de handdoek in de ring? Nee. Is er een gesprek met de club? Nee. Zijn de supporters boos? Zeker niet – die zijn blij dat iemand hun vrouw drie keer per week vermaakt zodat zij lekker hun eigen gang kunnen gaan!

Kortom: ik vind Jaap Stam een beetje een mietje. Wellicht zou het hem helpen om een paar keer bij ons mee te kijken om één en ander in perspectief te plaatsen?

In “verwachting”

Ik verveel me. En niet een beetje: er is geen enkel nieuwsbericht dat aan mijn aandacht ontsnapt en ik check zo vaak de Bijenkorf app dat ik waarschijnlijk beter op de hoogte ben van het voorraadverloop van de webshop dan de Bijenkorf zelf!

Begrijp me niet verkeerd: er is uiteraard zat te doen. In mijn werk zijn er altijd wel papers die geschreven kunnen worden, data die geanalyseerd kunnen worden, artikelen om te lezen en nieuwe ideeën die verder uitgewerkt kunnen worden. Bovendien is er ook in huis nog vanalles te doen, zoals de boekenkast nu eindelijk eens uitzoeken (want waarvoor bewaar je eigenlijk zoveel boeken die je toch nooit meer gaat lezen?), de zolder opruimen, knopen aanzetten, etc. Allemaal dingen die prima binnen het kader “nesteldrang” passen.

Het is dus niet zo dat ik niets te doen heb. De realiteit is echter dat ik vooral ook nergens zin in heb. Dus heb ik tijdens mijn laatste dagen alleen “niets doen” tot een ware kunst verheven. Nou ja, ik doe natuurlijk niet helemaal niets. Ik heb een puzzel gemaakt en zojuist de laatste hand gelegd aan lego-Yoda. Maar daarbuiten doe ik vooral heel weinig. Mijn voornaamste lichamelijke inspanning is een dagelijkse wandeling naar Albert Heijn. Volgens Google maps is dat maar liefst 500m..

Maar bovenal heb ik het druk met “wachten”. Het heet namelijk niet voor niets “in verwachting”. Sinds afgelopen week voelt het ook echt zo. Wetende dat het nu echt elk moment kan gaan gebeuren, voel ik elk pijntje en wordt elk krampje zorgvuldig geanalyseerd met een uitgebreide Google-search. Helaas gebeurt er vooralsnog weinig en blijven we dus “in verwachting”. Toch grappig hoe zo’n uitdrukking ineens betekenis krijgt. Nog even geduld en dan mogen we door naar de “verloskundige”. Het is me nu ook duidelijk waar deze verantwoordelijk voor is. 😉

De vluchtkoffer

Vanaf de 36e week zwangerschap wordt vrouwen geadviseerd om de zogenaamde ‘vluchtkoffer’ klaar te hebben staan. Hierin stop je volgens verschillende lijstjes op internet de dingen die onmisbaar lijken voor een bevalling in het ziekenhuis, zoals de kleding waar je in wilt bevallen, een föhn, je telefoon en oplader en natuurlijk de kleertjes voor de baby. Nu bereid ik me natuurlijk al een tijdje mentaal voor op de bevalling en lees ik dat de meeste mensen naakt bevallen (speciale kleding lijkt me dan ook overbodig). Een ‘bad hairday’ kun je natuurlijk altijd wel eens hebben en kan me maar moeilijk voorstellen dat je tussen de weeën door het verlangen krijgt om je haar te wassen en in model te föhnen. Maar je weet het niet! Volgens een Brits onderzoek ondergaat 64% van de vrouwen een schoonheidsbehandeling ter voorbereiding op de bevalling en laat 37% zich spraytannen! Ik bedoel maar. Je kan er moeilijk goed gebruind met een slecht kapsel bij zitten… Kleertjes voor de baby is daarentegen natuurlijk wel een goed idee want voor zover ik kan beoordelen betreedt hij straks in adamskostuum onze wereld en met de huidige weersomstandigheden zijn een paar laagjes textiel geen overbodige luxe.

Maar afgezien van de adviezen ten aanzien van de inhoud heb ik vooral vraagtekens bij de term “vluchtkoffer”. Deze impliceert namelijk twee dingen: 1. Het gaat om een bagagestuk ter grootte van een koffer; en 2. Welke gebruikt wordt om te ‘vluchten’. Nu vraag ik jullie, lieve lezers, vluchten waarvoor??

Vluchten, aldus het Van Dale, betekent zoveel als ‘zich verwijderen uit angst voor iets’. Probeer je dit dan eens voor te stellen in de context van een bevalling. Je water is gebroken, de weeën komen regelmatig en volgen elkaar steeds sneller op en jij besluit op de vlucht te slaan. Met de daartoe speciaal ingepakte koffer.

Maar… deze vlucht vindt normaal gezien plaats vóór de daadwerkelijke bevalling. Als de bevalling dus datgene is uit angst waarvoor je op de vlucht slaat: voorlopig zit de baby nog binnen en neem je het ‘gevaar’ dus mee. De term ‘vluchtkoffer’ is in dit geval niet erg logisch.

Een alternatieve uitleg (aangedragen door mijn stiefzoon) is dat je op de vlucht slaat voor een thuisbevalling. In een land dat bekend staat om haar thuisbevallingen (volgens veel aanstaande moeders nog steeds het hoogst haalbare), lijkt ook deze uitleg me niet erg voor de hand te liggen. Bovendien zou het in dit geval ook accurater zijn om te spreken van een “plan-b-koffer”.

Het kan natuurlijk ook zo zijn dat je de koffer pas ná de bevalling inzet. Bijvoorbeeld om zich te verwijderen uit angst voor de baby. Gezien de grootte van het bagagestuk lijkt dit me de meest toepasbare uitleg. Dit zou ook verklaren waarom ook de partner wordt aangeraden een “vluchttas” in te pakken. Enig mysterie blijft dan nog waarom je dan ook kleertjes voor de baby zou inpakken..

Gelukkig spreken steeds meer websites en andere media over de “ziekenhuistas” in plaats van de “vluchtkoffer”. Met de term “ziekenhuistas” kan er ook geen misverstand meer bestaan over het doel van de tas (duidelijk voor ziekenhuisbezoek), danwel de grootte van het bagagestuk.

De mijne staat al een tijdje klaar. Die van de baby ook (een beetje baby reist natuurlijk in stijl met eigen koffer). Het enige wachten is nu nog op het “vluchtmoment”…

Blijf-van-mijn-lijf bord

Als je zichtbaar zwanger bent, lijkt het alsof jouw zwangerschap ineens gemeengoed geworden is. Best een vreemde gewaarwording moet ik eerlijk zeggen. Wildvreemden bijvoorbeeld (denk winkelbedienden en serveersters) schromen niet om je bij het afrekenen zomaar aan te spreken en allerlei meer en minder persoonlijke vragen te stellen.

Zo begint het gesprek meestal met een openingsvraag in de trant van “hoe lang moet/mag je nog?”. Blijkbaar zie ik er óf heel dik óf heel wanhopig uit, want in die vraag ligt een aanname besloten dat het wel bijna gedaan moet zijn voor mij. Bovendien is het een vreemde vraag. Niemand weet immers exact hoe lang het duurt en de uitgerekende ‘periode’ beslaat ongeveer 5 weken. Toch verwachten mensen op hun vraag een redelijk exact antwoord want als ik zeg “nog 3-5 weken” dan kijken ze me meewarig aan. Ter info: ongeveer 5% van de vrouwen bevalt daadwerkelijk op de uitgerekende datum; de meeste bevallingen vinden plaats tussen 40 en 41 weken.

Maar men laat zich natuurlijk niet zomaar uit het veld slaan! Doe ik nog wat vaag over de exacte bevaldatum, wordt meteen DE vervolgvraag al geponeerd: weet je al of het een jongen of een meisje wordt? Serieus. Zelfs mensen die ik niet ken en die ik ook nooit meer zal zien, hebben mij deze vraag gesteld. Ik vind het geslacht van mijn baby eigenlijk best wel persoonlijk, maar daar ben ik blijkbaar de enige in. Bovendien: why do they care?? Zij hoeven geen kinderkamer of garderobe aan te schaffen!

Maar het allerergste zijn niet de persoonlijke vragen. Het meest bizarre wat me tot nu toe is overkomen, is dat zelfs mensen die je amper kent met uitgestrekte armen naar je toe komen. Niet om jou te omhelzen (gelukkig niet!), maar om aan je buik te zitten. Alsof mijn buik ineens niet meer een onderdeel van mij is, maar iets van iedereen. Nu vraag ik je: is het ooit in je opgekomen om een vage kennis of collega bij zijn/haar buik vast te pakken? Nee, natuurlijk niet! Er is immers zoiets als ‘personal space’. Dus waarom is het dan wel ok als er een baby in die buik zit? Is het dan niet nog meer een ‘personal space’ (het gaat nu immers om de persoonlijke ruimte van twee personen)?! Aan iedereen die deze neiging heeft: probeer het te onderdrukken! Of grijp desnoods ook eens een niet-zwangere collega bij de buik!

De zwangerschapskalender heeft gelukkig een oplossing: een bordje om je nek met de antwoorden op de twee hoofdvragen en het verzoek om de hoofdrolspeelster niet aan te raken. Een sandwichbord lijkt me echter nog doeltreffender. Dan kunnen ze er ook gewoon niet meer bij!

Nesteldrang

Nesteldrang: een opruim-, schoonmaak- en koopwoede die veel vrouwen ervaren tijdens hun zwangerschap. Nu mag best gezegd worden dat ik al jarenlang aan één van de drie vormen van nesteldrang leidt. De postbezorger van Postnl kent me inmiddels en begroet me sinds kort ook buiten onze straat. Ook heb ik een bijna hechte band met de medewerkers van Vivant (de lokale sigarenboer tevens Postnl-punt). Wanneer ik daar binnenkom wordt ik meestal enthousiast begroet met de medeling dat er wel of geen pakje voor me is. Zelfs als ik alleen maar postzegels kom kopen.

Opruim- en schoonmaakwoede zijn me tot nu toe gelukkig (helaas?) bespaard gebleven. Ok, ik voel wel de druk om tijdens mijn verlof nu eindelijk de boekenkast eens leeg te ruimen (want waar heb je vandaag de dag eigenlijk zoveel boeken voor nodig?), maar dat is ook omdat ik graag een zinvolle dagbesteding heb.

Wel nieuw is een soort bizarre belangstelling voor koken en bakken. Zou het komen door mijn nieuwe keuken? Of bestaat er nog een vierde variant van nesteldrang: kookwoede? Terwijl ik dit typ staat er namelijk een pan met (hou je vast) druivenjam met port te pruttelen op het vuur. Waarom? Omdat het kan. Omdat ik heel veel druiven in mijn tuin heb en eigenlijk niet zo goed weet wat ik ermee moet doen. Om gewoon te eten zijn ze nogal zuur en wijn maken leek me vrij zinloos aangezien ik die voorlopig toch niet mag drinken. Dus is het druivenjam geworden. Vier potten maar liefst. Met port. Dat dan weer wel. Er hangen ook nog 6 appels aan een boom, in afwachting van hun nieuwe rol in een appeltaartje of appelmoes. 🙂

Nu is het dus alleen nog wachten op de schoonmaakwoede. Ben benieuwd of die zich nog gaat aandienen in de komende weken. Ik zag net al wel wat stof op een van de plinten liggen…