Kussentjes

“What are they for?!”

Degenen die ooit de BBC-serie Coupling hebben gevolgd, weten vast wel waar ik het over heb. De cushion-rant van Steve, waarin hij zich afvraagt wat in vredesnaam het doel is van kussentjes (https://youtu.be/Lp0-8Ibkczc). En ik moet zeggen: ik vraag het me ook weleens af.

Op de bank liggen ze immers vaak in de weg en lijken ze zich voornamelijk nuttig te maken in het geval zich een spannende scene op TV voordoet en iemand even iets nodig heeft om in te knijpen. Een kussentje met de tekst “ik vind jou leuk” heeft ook nog het bij-effect dat je het kunt inzetten in allerhande situaties waarbij je iemand anders iets duidelijk wilt maken of gewoon de angel ergens uit wilt halen. Maar afgezien daarvan: geen idee!

In hotels valt het me vaak op dat er veel teveel kussens op je bed liggen. Ok, fair enough, in sommige hotels krijg je in ieder geval nog verschillende kussens zodat je wat te kiezen hebt, maar meestal liggen er zo’n 4-7 kussens op je wachten, for no particular reason.

Dus wat doe je dan? Na aankomst selecteer je het kussen van jouw keuze. Die leg je twee naast elkaar in het bed en de rest gooi je op de grond aan de kant waar je niet loopt, of leg je op het andere nachtkastje. De boodschap lijkt me duidelijk.

Dus wat bezielt overijverige schoonmaaksters om elke dag alle kussens weer terug op mijn bed te leggen?! Sommige schoonmaaksters verdenk ik er gewoon van dat ze het erom doen. Passief, aggressief gedrag dus. Misschien omdat ik te weinig fooi geef? Het gevolg is in elk geval dat ik elke avond weer in de weer ben met de hele set kussens. Het selecteren van de beste twee, het verplaatsen van de rest, … En dat hele circus begint morgen weer van voor af aan. Het lijkt wel Groundhog Day!

Maar vanaf nu ben ik ze te slim af. Ik heb de overbodige kussens namelijk verstopt. In de kast, helemaal achterin. Dat zal ze leren. Ben benieuwd hoe ver de ijverigheid reikt en hoeveel kussens ik morgen aantref in mijn bed, en in mijn kamer!

Nooit te oud om iets nieuws te proberen!

Eén van de voordelen van mijn werk is dat je regelmatig in contact komt met andere culturen. Mijn co-auteur in Singapore is een perfect voorbeeld: ze is opgegroeid in India en heeft sinds haar studie in de Verenigde Staten gewoond en nu dus in Singapore. We werken sinds 3 jaar samen aan een aantal projecten maar doorgaans overleggen we via Skype. Het voordeel van Skype is dat je niet hoeft te reizen en dat het dus efficient is. Het nadeel is dat je daardoor behalve over werk niet zo heel veel andere dingen bespreekt.

Hoe anders is dat als ik in Singapore ben! We leren elkaar steeds een beetje beter kennen en zij is net als ik heel open en direct. We hebben dus hele openhartige gesprekken over het leven, werk, carriere en relaties. En het grappige is dat we ondanks onze verschillende afkomst, tegen heel veel dingen hetzelfde aankijken. En dat we van elkaar proberen te leren. En dat laatste nemen we deze keer wel heel letterlijk.

Zij leidt een redelijk rustig leven met veel bezinning. En ze vindt dat ik daar wel wat van op zou kunnen steken, dus vorige week heeft ze meteen iemand geregeld voor een introductie in mediteren. Gevolg: afgelopen week heb ik mijn eerste drie meditatiesessies gehad. Sinds ze weet dat ik gek ben op Indiaas eten, ben ik ook al twee keer uitgenodigd om bij haar thuis te komen eten. De eerste keer kreeg ik nog bestek, maar blijkbaar was het gisteravond tijd voor de volgende stap. Onder toeziend oog van haar man en zoon (die me met een mengeling van nieuwsgierigheid en vermaak in de gaten hielden) heb ik de hele maaltijd met mijn rechterhand naar binnen gewerkt. En vergis je niet: dit zijn geen boterhammetjes, maar een nogal natte yoghurtrijst met saus en een soort mangosalade. Een echte ervaring dus!

Maar donderdag is het ‘pay-back’-time. Want mijn co-auteur is nog nooit in een bar geweest. Serieus. Nog nooit. Want ze drinkt niet. Nou zie ik dat laatste niet echt als een obstakel, dus heb ik haar voorgesteld dat ik haar meeneem naar een bar in Singapore. Eerst probeerde ze me nog te koppelen aan een vriendin van haar, maar met de nodige argumenten heb ik haar kunnen overtuigen. Donderdag is het zover. Dan ga ik haar meenemen naar één van mijn favoriete bars in Singapore. Als voorbereiding op een bezoek aan Kanaalzicht. En weet je.. ze zegt van niet, maar ik heb de indruk dat ze er best wel naar uitkijkt!

Mijn nieuwe vriend

Als je vaak alleen reist dan ontmoet je nog weleens iemand. Van mijn reizen naar Zwitserland heb ik een goeie vriend overgehouden (ontmoet in het vliegtuig!) met wie ik twee keer per jaar ga eten, en van een eerder bezoek aan Singapore twee mensen met wie ik elke winter foto’s van skigebieden uitwissel. Ik bedoel maar. Alleen reizen lijkt saai, maar heeft ook zo z’n voordelen.

Ook dit keer heb ik weer geluk. Ik heb namelijk sinds eergisteren een nieuwe vriend. Sinds mijn eerste verblijf is het een soort traditie geworden om de avond af te sluiten op het dak van mijn woontoren. Met een biertje en prachtig uitzicht over de stad en bij gebrek aan gezelschap dit jaar ook met mijn e-book.

Zo zat ik ook eergisteren rustig en alleen (dacht ik!) te genieten van een zwoele zomeravond. In eerste instantie had ik niet eens in de gaten dat ik niet alleen was. Toen hij dichterbij kwam en zijn been het mijne raakte, schrok ik op uit mijn boek. Wie had gedacht dat ik niet alleen zou zijn?!

Achteraf is het logisch. Mijn nieuwe vriend en ik hebben veel gemeen. We houden allebei van eten, van de warmte en van het uitzicht. Hoewel ik me afvraag of hij er echt van kan genieten. De laatste 10 minuten van mijn boek brengen we in stilte door. Mijn vriend drentelt wat rond en ik geniet van de laatste slokken van mijn drankje. Dan is het tijd om afscheid te nemen. Enigszins gehaast loop ik naar de lift. Eerlijk gezegd hoop ik dat hij nog wat achterblijft en zodoende niet erachter komt waar mijn apartement is. Want hoewel hij me best aardig lijkt, wil ik liever niet dat hij weet waar ik woon…

Vanavond ga ik weer naar het dak. Ik vraag me af of mijn vriend er ook zal zijn en of ik me in dat geval niet beter eerst zal omkleden. En of ik voor hem iets te eten mee zal nemen of juist niet. Want zeg nou zelf: het is best ingewikkeld… zo’n vriendschap met een kakkerlak!

Allemaal slimme mensen… en ik.

De komende twee weken verblijf ik in Kent Vale, het wooncomplex behorende bij de National University of Singapore (NUS). NUS is een van de topuniversiteiten wereldwijd en nr 1 in Azië. Als je rondloopt op de campus word je overal herinnerd aan de fantastische uitvindingen die hier haar oorsprong hebben.

Op Kent Vale wonen alleen maar mensen die bij NUS werken. Verdeeld over ongeveer 800 apartementen wonen hier professoren van NUS met hun gezin. Nog eens drie hoge gebouwen met ‘serviced apartments’ bieden tijdelijke woonruimte aan mensen die voor korte tijd bij NUS zijn voor onderzoek of om les te geven. Kent Vale is dus een soort hotspot waar slimme mensen wonen. En dat is best een vreemde gedachte. Want dat betekent dat iedereen die ik hier tegenkom minstens net zo slim is als ik (maar waarschijnlijk slimmer!).

Ik ben hier dus 24/7 omringd door slimme mensen. Ik hoop dat het besmettelijk is. Er is alleen één klein probleempje: de slimme mensen en ik doen niet veel dingen samen. In de gym ben ik vaak alleen, en aan het zwembad zie ik vooral slimme mensen in wording (onder de 10). Ook de tennisbaan is al dagenlang verlaten. Blijkbaar verkwisten echt slimme mensen hun tijd niet aan roddelblaadjes lezen aan het zwembad of ’s avonds een biertje drinken op het dak van het complex. En afgaande op wat ik zo op het eerste oog zie, denk ik ook niet dat ik ze ga tegenkomen in één van de shoppingmalls die Singapore rijk is.

Gelukkig is er hoop: elke ochtend van 7:30 tot 10:00 is er het ontbijt-voor-slimme-mensen in de ontbijtzaal. Mijn wekker staat op 7:15. Zodat ik zeker op tijd ben en qua verzorging niet teveel uit de toon val. Want stel dat slimheid toch besmettelijk is..!

Uitzicht vanaf het dak.

National University of Singapore

Muzieksmaak

Toen ik een tijdje geleden aan iemand vroeg “Van wat voor muziek houd jij”, kreeg ik als antwoord: “Nou, ik heb niet echt een muzieksmaak.” Ik kon toen nog niet vermoeden dat dat echt iets ergs zou zijn, maar sterker nog: sindsdien ben ik erachter gekomen dat ik ook niet echt een muzieksmaak heb. Oftewel: ik vind heel veel leuk en mijn standaard-antwoord op de vraag van wat voor muziek ik houd is eigenlijk altijd “Top 40” geweest. Wat min of meer gelijk staat aan het hebben van ‘geen muzieksmaak’.

Het voordeel is dat je met mij overal terecht kunt. Marco Borsato, Rihanna, Beyonce, Simple Minds, Red Hot Chili Peppers, … ik ga wel mee. Want ik houd wel heel erg van live muziek en van optredens. Hetzelfde geldt voor festivals. Alternatief, techno, smartlappen, … ik vind alles prima. Zolang ik lekker een biertje kan drinken en de muziek mij niet stoort, kan ik echt onder zo’n beetje alle muzikale omstandigheden wel een leuke avond hebben.

Het voordeel van geen muzieksmaak is ook dat je zonder vooroordelen (“ik houd niet van dat soort muziek”) af en toe iets nieuws kunt proberen. Zoals bijvoorbeeld gisteravond bij Pieces of Tomorrow. Een klassiek muziekfestival. Oftewel: “grootse én intieme klassieke muziek, in popsferen, met een biertje, zonder dresscode”, aldus de website van Tivoli. En je raadt het al: ik vond het leuk! Maar ook een beetje slaapverwekkend. Want ik heb dan wel geen muzieksmaak en ook geen gevoel voor ritme, maar zittend op een stoel onder het genot van een speciaalbiertje luisteren naar muziek die me niet stoort, is ook wel erg passief. Om dit te compenseren ga ik over drie weken naar The Prodigy. Gezellig met een vriendin. Omdat zij daar graag heen wil en je met mij overal terecht kunt.

Splaakgeblek

Je kent het wel: het is zaterdagavond, je zit thuis op de bank, buiten is het donker en het regent. En je hebt honger maar geen zin om te koken. Op zich niks nieuws. Vroeger ging je dan toch, desnoods op pantoffels, de auto in om een pizza of patatje te halen. Tegenwoordig open je de app van Thuisbezorgd.nl en kies je online uit tientallen menu’s van restaurants in jouw buurt. Je betaalt met Paypal, creditcard of bitcoin en 45 minuten later staat er een bezorger voor de deur met jouw pokébowl, lasagne of spareribs. Gemak dient de mens.

In huize De Koos gaan we echter ook op een regenachtige dag gewoon naar onze vaste friettent: Happy Corner. Waarom? Zodat we kunnen zien hoe onze frietjes gebakken worden en zodat we ter plaatse nog de bestelling kunnen veranderen, want die mexicano ziet er toch wel beter uit dan die frikandel. Bovendien leveren we een belangrijke maatschappelijke bijdrage, namelijk de ontwikkeling van de beheersing van de Nederlandse taal bij onze lokale frietboer. En dat gaat helemaal niet slecht. Zolang je in de winkel staat…

Want wat wilde het toeval gisteren: een ontbrekende kaassoufflé aan de bestelling. En daar kom je natuurlijk pas achter als iedereen al frietjes op zijn bord heeft liggen. Maar geen nood, de friettent is vlakbij, de eigenaar kent ons, dus met een simpel telefoontje komt de kaassoufflé vast snel naar ons toe!

Het telefoontje verliep prima. “Je bent de kaassoufflé vergeten” werd direct gevolgd door de belofte dat deze meteen gebakken zou worden. Ook op de vraag “Kun je ‘em misschien komen brengen?” werd positief gereageerd. Maar de uitleg van ons adres was letterlijk ‘lost in translation’. De eerste vier cijfers van onze postcode gingen nog wel. Maar “VN” blijkt een lastige combinatie. “CN?” “Nee, Vee En”. “CN?” “Nee, VN. Victor Nico.” “Ah! BN”. Nee, Vee En. Als in Verenigde Naties.” “Aaah… DN!” “Nee, Veeee En. Met een V. Als in Vis.” “…. CN?”. Nog eens 5 minuten later voor de bijbehorende straatnaam en het huisnummer zijn mijn frieten koud, is de zin in kaassoufflé verdwenen en eten we verder in de veronderstelling dat het allemaal voor niets was.

Maar nog eens 5 minuten later gaat ineens de bel. De frietboer! Met een zakje met daarin een kaassoufflé en een zakje snoepjes. En verontschuldigingen. Gevolgd door een uitleg over hoe gemakkelijk het eigenlijk was om bij ons huis te komen en dat hij deze straten nog helemaal niet kende. Terwijl mijn friet verder afkoelt, geef ik de man nog wat uitleg over de wijk en we nemen blij afscheid. Dat ook de kaassoufflé inmiddels koud is, maakt niemand meer uit.

Gemak dient de mens, maar de interactie via Thuisbezorgd.nl is vast niet zo leuk!

Collectetijd

Het is weer collectetijd. En aangezien we blijkbaar in een collecte-technisch goede wijk wonen, betekent dit dat er zo’n twee keer per week iemand aan de deur staat om geld op te halen voor een of ander goed doel. Waar ik meestal de introductie vaak al afkap met de woorden “nee, bedankt”, staat Marc de collectisten echter altijd vriendelijk te woord. Met als gevolg dat we een lange lijst aan goede doelen steunen (wat ik dan weer als excuus kan gebruiken wanneer ík de deur open doe).

Vanavond was het weer zo ver. Net toen ik rustig wilde gaan zitten met een kop thee ging de bel. Twee meisjes van Terre des Hommes. Met een goed verhaal en een app. Want ook in collecteland heeft men aan (business model) innovatie gedaan!

De collectebus van vroeger zie je namelijk nog maar zelden. In plaats daarvan lopen collectisten rond met een tablet en een app. Zelfs de kinderen die mij Onlangs Kinderpostzegels wilden verkopen, toverden een iPhone uit hun zak waarop ik direct online mijn bestelling kon doen. Waar is de tijd gebleven dat je nog gewoon je naam en bankrekeningnummer op een envelop kon schrijven?! Nog even en je bestelt ook geen postzegels meer, maar postNL tegoed.

Interessanter is nog dat je dus ook niet meer gewoon je laatste kleingeld kunt geven. Nee, via de app wordt je namelijk makkelijker verleid tot het afsluiten van een donatie-abonnement waarbij er maandelijks een vast bedrag wordt afgeschreven. Bij Terre des Hommes kun je zelfs kiezen tussen drie abonnementsvormen. Voor 8 euro per maand krijgt een kind rechtsbijstand en voor 12 euro per maand kunnen ze ook langer naar school.

Wat bij mij dan weer vragen oproept wat die keuze werkelijk inhoudt. Want stel je hebt 100 donateurs en iedereen geeft 8 euro per maand. Geeft Terre des Hommes dan 800 euro per maand uit aan rechtsbijstand of gaat een deel van het geld dan toch naar scholing van kinderen? Met andere woorden: krijgt ‘mijn’ kind dan waar ik voor gekozen heb? Of toch iets anders?

Op deze vraag hadden de meisjes van Terre des Hommes helaas geen antwoord. Wel hadden ze zin in een kopje thee. Dus terwijl Mara (onze toekomstige premier!) en haar vriendin bij ons op de bank thee zitten te drinken, voeren wij onze gegevens in in de app. Met een maandelijkse donatie van 10 euro. Zodat ‘ons’ kind de ene maand rechtsbijstand kan genieten en de andere maand naar school kan!

Utrecht the Challenge

Fietsen in Utrecht. Sinds ik hier ben komen wonen in 2009 is het een beetje een dingetje voor me geworden. Zeker omdat ik ben opgegroeid in het altijd zo rustige Brabant en daarna een paar jaar in het min of meer fietsvrije Antwerpen heb gewoond. Maar Utrecht. Dat is echt andere koek als het over fietsen gaat. Zeker voor een provinciaaltje zoals ik. Ik bedoel: hoe vaak sta jij eigenlijk in een fietsfile??

Er dus zijn heel veel fietsen in Utrecht. Duhuh, denk je nu waarschijnlijk, maar degenen die weleens in China zijn geweest begrijpen het waarschijnlijk wel. Mijn voornaamste observatie toen ik voor het eerst in China was: er zijn heel veel Chinezen. En dan bedoel ik ook echt heel veel. Bij elk stoplicht staan binnen een mum van de tijd zo’n honderd man. Op elk moment van de dag. Uit alle richtingen komen ze al rochelend aanlopen.

Nou, zo is het dus ook met fietsen in Utrecht. Op elke straathoek vind je bovendien wel een gratis fietsenstalling en die staan altijd vol! De afgelopen jaren ben ik getuige geweest van de bouw van tenminste twee grote overdekte fietsenstallingen bij het Centraal Station. De meest recente is zelfs de grootste fietsenstalling van Europa en is zo groot dat je er doorheen kunt fietsen. En beiden stonden na een week al he-le-maal vol. Het lijkt wel een plaag. Alsof fietsen zich hier gedurende de nacht vermenigvuldigen. En niet eens zo heel stiekem. Serieus, er zijn heel veel fietsen in Utrecht.

Daarnaast zijn fietsers in Utrecht behoorlijk assertief (agressief). Al die fietsen komen natuurlijk ergens vandaan en de meesten hebben een rechtmatige eigenaar die zich op deze fiets dagelijks door de stad verplaatst. En met zoveel fietsen is het dus geen wonder dat de fietspaden overvol zijn. Een tijdje geleden had ik een buitenlandse collega op bezoek waarmee ik op de fiets de stad in gegaan ben. Op mijn vraag: “how is it going?” antwoordde hij enigszins zenuwachtig: “I just close my eyes and pray”. Dus.

Nu ben ik zelf ook een redelijk assertieve fietser en sta ik net als de rest van de Utrechtse fietsers altijd graag vooraan bij het stoplicht zodat ik als eerste weg ben. En dat leidt nog weleens tot geduw en getrek bij het vertrekken of afslaan. Ik ben zelfs al twee keer door een andere fietser van mijn fiets geduwt of getrokken in de strijd om de oversteekplaats. Geen grap. Fietsen in Utrecht is niet voor watjes.

Tot slot, fietspaden in Utrecht liggen elke week ergens anders. En met zoveel assertieve fietsers helpt het ook niet echt dat als gevolg van een jarenlange herontwikkeling van het stadscentrum de fietspaden soms letterlijk elke dag ergens anders liggen. Kom je in volle vaart aan bij een bocht die eergisteren nog naar links ging, blijkt-ie vandaag ineens rechtdoor te gaan. Vooral rond het nieuwe stadskantoor verandert de route regelmatig. Ik verdenk de gemeente ervan stiekem een psychologisch experiment uit te voeren. We worden vast in de gaten gehouden door ambtelijke medewerkers die onder het genot van nog maar een kopje koffie proberen in te schatten hoe we ons gedragen onder immer veranderende omstandigheden. Of zoiets.

Fietsen in Utrecht is dus een soort hogere wiskunde. Met veel verschillende variabelen waar je rekening mee moet houden als je weer eens 3 minuten te laat vertrokken bent en nog een trein wilt halen. Om nog maar te zwijgen over de halsbrekende toeren die ik moet uithalen om bij de Bijenkorf te komen. Wie zegt dat winkelen saai is?! Met het opkomende toerisme in de stad zie ik echter wel opties voor een nieuwe reality-show: Utrecht the Bicycle Challenge. Waarbij we nietsvermoedende toeristen op een OV fiets van de ene naar de andere kant van de stad laten fietsen.

Gemengde gevoelens

Het allermooiste van vrouwenvoetbal is wat mij betreft de emoties die het oproept bij mannelijke clubgenoten. Sinds de start van ons team worden we met gemengde gevoelens in de gaten gehouden zo lijkt het. Schaamte, frustratie en nieuwsgierigheid liggen verrassend dicht bij elkaar. En medelijden blijkbaar ook.

Schaamte is er vooral bij de jongere spelers. “Oh jee, mijn moeder zit op voetbal en ze kan er niks van!” Mijn stiefzoon heeft me nog nooit zo vaak uitgelachen als toen ik begon met voetballen. “Dit moesten wij bij de F-jes ook doen!” en “Vares, jij kunt er echt helemaal niks van he”. Een gemengde training met de jongens onder 17 leidde ook tot wat ongemakkelijke blikken toen de leiders een groepje maakten waarbij één van de jongens bij zijn moeder werd ingedeeld. Sommige zaken moet je gewoon strikt gescheiden houden.

Frustratie daarentegen was (is) er zeker bij een aantal andere clubgenoten. Omdat we nog een behoorlijk steile leercurve af te leggen hebben, willen we graag twee keer in de week trainen. En dat betekent dus dat er een veld voor ons moet worden vrijgemaakt en dat andere teams moeten opschuiven. Hetzelfde geldt voor onze thuiswedstrijden en daar zijn andere teams niet altijd gelukkig mee!

Maar het meest interessante gebeurde gisteravond tijdens de laatste wedstrijd van een van de KNVB toernooitjes. Toen we met 6-0 achter stonden besloot de scheidsrechter (!) dat we hulp nodig hadden. Als ongewenst extra lid van ons team ging hij zich actief inzetten om ons te “helpen”. Nadat we van de verbazing bekomen waren (“waarom probeert de scheids de bal van onze tegenstander af te pakken?”) hebben we toch enigszins verontwaardigd het veld verlaten. Schaamte en frustratie zijn tot daar aan toe, maar medelijden?! No thanks!

Gelukkig heeft over het algemeen denk ik de nieuwsgierigheid toch de overhand. En de fascinatie.. 😉

Circulaire economie

Van kinds af aan ben ik opgevoed vanuit de overtuiging dat je niks mag verspillen. Restjes eten gaan dan ook braaf de koelkast in in afwachting van kliekjesdag, en al onze oude spullen brengen we trouw naar de kringloop in de hoop op een beter leven.

Vanuit deze gedachte ben ik ook zeer begaan met het bieden van een tweede kans voor kleding die ik niet meer pas of niet meer leuk vind. Zo’n twee keer per jaar ga ik mijn hele collectie door met als vuistregel: alles wat ik een heel jaar niet heb gedragen gaat eruit. Afgelopen weekend was het weer zo ver: na een kleine schoonmaak heb ik weer een rits aan advertenties op Marktplaats staan en verkoop ik mijn spulletjes tegen elk aannemelijk bod.

En dat gaat best lekker. De eerste dag verkoop ik al best wel veel en ook de tweede dag gaat goed. Het gaat zelfs zo goed, dat ik ook een beetje hebberig wordt. En dus duik ik weer mijn kast in, op zoek naar nog meer spulletjes die op marktplaats kunnen. Want ik geloof niet alleen in de circulaire economie, ik vind het ook best fijn om daar wat aan te kunnen verdienen.

Na vier dagen zakt de verkoop helaas wat in. De mooiste stukken heb ik verkocht, de wat mindere stukken zijn nog in afwachting van een tweede kans. Maar wat erger is: ik heb zoveel verkocht dat ik voor mijn gevoel niks meer heb om aan te trekken! Bovendien heb ik van de niet-verkochte stukken emotioneel al afstand genomen dus de kans dat ik die weer aan wil, is klein te noemen.

En dus is het tijd om mijn kledingskast weer aan te vullen en een bezoek te brengen aan de Bijenkorf en andere fijne winkels. Gelukkig is het National Glamour Day vandaag. Tsja… ik ken mijn plek in de circulaire economie.. 😉