En toen waren er nog acht

In het dorpje Machuca wonen acht mensen. En omdat het dorpje op de route ligt en een tourtje bij voorkeur meerdere highlights heeft, is dit blijkbaar een reden op zich om er te stoppen.

“Guys, our next stop is Machuca. There are only 8 people living in this village”.

Let’s go and overwhelm them with 200 visitors per day??

In het dorpje staan ongeveer 20 huizen, waarvan er dus maximaal acht bewoond zijn. Behalve deze 20 huizen staat er ook een kerk, waar ze denk ik net met zijn allen in passen.

Deze kerk staat aan de andere kant van het dorp, reden dus voor de toeristen om even heen en weer door het dorpje te lopen en de inwoners van Machuca van dichtbij te bekijken. Deze inwoners, op hun beurt, proberen hun status als toeristenattractie te benutten en wat bij te verdienen.

Tijdens ons bezoek waren vijf van de acht inwoners zichtbaar aanwezig. Eentje beheert de toiletten (300 pesos per persoon) die zeer waarschijnlijk na de toename in toerisme geplaatst zijn.

Twee anderen verkopen spiesjes lama-vlees. Grapje. Geitenvlees zo blijkt. Ze zijn wel de meest succesvolle ondernemers ben ik bang.

Nummer 4 in het dorpje probeert zich te onderscheiden door zijn lama te exploiteren. Drie foto’s met de lama voor slechts 1000 pesos.

En bewoner nummer 5 zorgt voor de muziekale omlijsting terwijl hij kruiden probeert te verkopen.

Bewoners 6, 7 en 8 waren niet thuis, ziek, of zijn gewoon binnen gebleven. Terecht. Want eerlijk is eerlijk. Ik heb wel een beetje te doen met deze acht mensen..

Brr! It’s cold in here!

Inmiddels zijn we aanbeland in San Pedro de Atacama, een oase midden in de woestijn van noord Chili. Vierentwintig uur met de bus vanuit Santiago, waarvan we op zijn minst de laatste 10 uur alleen maar zand gezien hebben. San Pedro blijkt een uitvalsbasis voor allerlei fantastische tourtjes in de woestijn en we besluiten ons er helemaal aan over te geven. Sterker nog: voor de drie dagen dat we hier zijn, boeken we 5 tourtjes, die ons allemaal een ander perspectief op de woestijn bieden.

Noem me naief, maar mijn beeld van het leven in de woestijn is toch vooral heel droog, veel zon en abnormaal warm. Die eerste twee kloppen wel aardig. De laatste uren in de nachtbus vanuit Santiago zagen we voor zover we konden kijken alleen maar zand en de zon schijnt hier ook elke dag veelvuldig. Maar warm is het hier zeker niet. Sterker nog, we hebben het nog niet eerder zo koud gehad!

Het helpt ook niet echt dat we in een ecohostel verblijven, waar niet alleen de douches en toiletten, maar ook de keuken en de zitruimte buiten zijn. Gelukkig hebben we een dikke deken!

En dus staan we ’s avonds bij -4C gehuld in fleecedekentjes met ruimteschepen of planeten naar de sterren te kijken en de volgende ochtend sta ik bij -9C te genieten van een geiservlakte. Ik heb voor de gelegenheid zelfs twee paar sokken aangedaan..

Maar het zien van zoveel moois maakt veel goed! Geheel tegen mijn verwachting in kan het dus ook sneeuwen in de woestijn waardoor de diversiteit van het landschap nog versterkt wordt. Tel daarbij op dat we constant omringd zijn door besneeuwde vulkanen, vreemde rotsformaties en dankzij de telescoop ook door mars, saturnus (inclusief ringen) en jupiter (met manen). En dat in de ‘middle of nowhere’!

“Honey… I think we should see other people”

Over het algemeen zijn Marc en ik een prima team samen, zeker als we op reis zijn. Maar er is ook zoiets als “too much of a good thing” en na 7 dagen opgesloten te zitten in een klein appartementje zijn we op zijn zachtst gezegd wel toe aan wat meer mensen om ons heen. Omdat we ook weer terug in de backpackers-sfeer willen komen, boeken we een kamer in een hostel in Santiago. Een uitstekende manier om andere reizigers te ontmoeten en wat meer te weten te komen over de must-see’s en must-do’s in het noorden van Chili.

Helaas is het nog steeds winter hier en dus staat alles op een laag pitje. In het hostel ontmoeten we twee Amerikaanse dames die Nederland geweldig! vinden. Op onze vraag of ze er weleens geweest zijn (nee) en wat ze er zo mooi aan vinden, antwoorden ze: “de bloemen en de bergen”. Pardon?! Yup, ze zeggen echt “de bergen”. Wanneer Marc antwoordt dat er in Nederland geen bergen zijn, gaan ze boos naar hun kamer.

De andere gast in het hostel ontmoeten we in de eetzaal. Net als wij eet hij de gebraden kip uit de aanbieding bij de supermarkt. Dat is ook zo ongeveer de enige interactie. Met de woorden “I also eat chicken”, zet hij zijn muts op en grijpt de afstandsbediening om de TV nog een beetje harder te zetten. Hmm… dit gaat niet helemaal volgens plan..

Onze laatste kans is de jongen achter de balie. Gewapend met een fles wijn en drie glazen, beroven we hem van zijn facebook-tijd om hem uit te horen over zijn land. En met succes! Niet alleen accepteert hij gewillig het glas dat Marc al voor hem ingeschonken heeft, het blijkt ook al snel dat deze jongen graag en veel op vakantie gaat in het noorden van Chili en het zuiden van Peru. Een perfecte bron van informatie dus. De afstand tussen Santiago en Lima is een kleine 3500 km (ongeveer net zo ver als van Barcelona naar Moskou), die we bij voorkeur over land willen afleggen. Dat betekent dus de nodige uurtjes in de bus, die we willen onderbreken met een paar interessante tussenstops.

Onze eerste bestemming is Valparaiso, de havenstad van Santiago, waar graffitti verheven is tot streetart en we ronddwalen in kleine straatjes tot we door een local worden teruggestuurd naar de meer toerische plekjes met een cut-your-throat handgebaar en “peligro” (gevaar). Uiteindelijk gebeurt er gelukkig niets en proberen we ons nog iets meer onder de mensen te begeven.

In de bus terug naar Santiago besluiten we dat San Pedro de Atacama (1628 km hier vandaan) onze volgende bestemming wordt. Vanavond om 19:05 vertrekken we, ruim 24 uur met de bus wel te verstaan waarmee we ook meteen gehoor geven aan ons verlangen naar meer mensen om ons heen. 😉

En voor degenen die willen weten hoe het met de tas is afgelopen: we hebben vandaag zo ongeveer de hele dag doorgebracht in het postkantoor. Eerst om te informeren naar de prijs en de procedure, vervolgens terug naar het hostel om de tas in te pakken in karton en daarna weer naar het postkantoor om de tas te verzenden. Maar alles lijkt goed te zijn gegaan en over een maandje zou de tas weer in NL moeten zijn. Een schilderij dat we van een straatartiest gekocht hebben blijkt echter een ander verhaal, want hiervoor moet een certificaat worden uitgegeven door het Museo de Bellas Artes. Wordt vervolgd!

Omdat het kan.

Snowboarden in Chili. Klinkt als een droom, toch? Onder het mom van “je leeft maar 1 keer” en “omdat het kan”, hebben we enige tijd geleden besloten dat we in Chili wilden snowboarden. Wintersport, zo blijkt al snel, is vooral weggelegd voor de meer vermogende Chileen en Braziliaanse of Amerikaanse bezoekers. Ons apartement is net zo duur als het Sheraton in Steamboat Springs (Colorado, US) en voor twee skipassen betalen we ook een klein vermogen. Maar dan heb je ook wat. El Colorado, La Parva en Valle Nevado vormen samen de Tres Valles, een middelgroot skigebied op ongeveer anderhalf uur rijden van Santiago. Echter, tegen de verwachting in, zijn deze gebieden nauwelijks met elkaar verbonden. Je kunt in theorie wel van het ene naar het andere gebied skiën, maar dan heb je wel een nieuwe skipas nodig. Dit gebrek aan connectiviteit biedt dus een uitstekende gelegenheid om de bergen nog beter te leren kennen en we maken de nodige tripjes met onze huurauto om alle drie de gebieden te ontdekken.

Wat ons vooral opvalt is dat het hier zo ontzettend rustig is! We zitten nog in het voorseizoen en zijn vaak de enigen op de piste. En dan de sneeuw! Die is hier echt van topkwaliteit! De skigebieden liggen tussen de 2700 en 3700m en de lucht is hier heel erg droog. Dus terwijl wij onder onze kleren langzaamaan in reptielen veranderen, blijft de sneeuw haar uitstekende staat behouden. En omdat het hier zo rustig is, vinden we nog talloze ongeprepareerde pistes met stukken waar nog niemand geweest is. Voldoende mogelijkheden voor ‘neue strecke’ dus!

Bovendien hebben we niet alleen de pistes, maar ook de restaurants én de après-ski volledig voor onszelf..

Maar na 7 weken rondtrekken voelt het ook wel een beetje onwennig. We zitten al 6 dagen op dezelfde plek, rijden van A naar B met onze huurauto, en hebben weinig interactie met de lokale bevolking. Een beetje alsof we weer terug zijn in de westerse wereld. Bovendien moeten we ook wel erg wennen aan de kou. We zitten elke avond bibberend in bed ukulele te spelen en te lezen en verlangen naar warm weer.. Het helpt ook niet echt mee dat onze rugzak vol zit met zomerkleding en we dus al dagenlang zo ongeveer de hele inhoud van de rugzak aan hebben. Over elkaar heen. Tijd dus om weer verder te trekken! Vanaf morgen gaan we richting het noorden met als voorlopige eindbestemming Lima, waar we op 11 juli Lotte en Daan gaan ophalen.

Rest ons nog 1 uitdaging… de snowboardtas moet nog terug naar Nederland…

Creatief met papaya

Sinds afgelopen maandag verblijven we in El Colorado. Onze uitvalsbasis voor de skigebieden El Colorado, La Parva en Valle Nevado. Echter, het dorpje El Colorado blijkt slechts een verzameling apartementen te zijn en geen “knus” bergdorpje zoals je zou verwachten. Nergens is een gezellig restaurantje, een bakkertje, of zelfs een supermarktje te bekennen. Gelukkig hebben we eten meegenomen voor de eerste drie dagen, maar daarna wordt het wel behelpen. En om nou twee keer 40 haarspeldbochten te nemen voor een paar boodschapjes?

Ten aanzien van het avondeten nemen we dus een praktische instelling. Het hoofddoel is in leven blijven. Niet perse lekker eten. En dus moeten we creatief zijn met de tien ingrediënten die in onze koelkast langzaam liggen te bevriezen, in combinatie met ingrediënten die we op de piste zouden kunnen bemachtigen.

Een uitstekende gelegenheid dus om nieuwe recepten te ontdekken! Want hoewel we ruim gesorteerd zijn in drank en chips, hebben we over andere ingrediënten wat minder goed nagedacht. De gekochte papaya, bijvoorbeeld, blijkt pompoen te zijn en we zoeken naarstig naar een goede toepassing van deze groente in recepten die tevens andere ingrediënten uit onze voorraad bevatten, zoals sesamolie of soyasaus. Uiteindelijk maken we een omelet met pompoen en tomaat en die is eigenlijk helemaal niet slecht!

Dus voor degenen die ook onverhoopt met pompoen zijn thuisgekomen en schaars gesorteerd zijn in overige levensmiddelen, delen we graag ons recept.

Recept

Benodigdheden:

– 150g voorgesneden pompoen (in stukken, niet te verwarren met papaya)

– 6 middelgrote roma tomaatjes

– 4 eieren

– 2 zakjes zout van Juan Valdez Café (links naast de skilift)

Bereidingswijze:

Snij de pompoen en de tomaat in kleine stukjes. Kluts de eieren en meng het zout er doorheen. Bak de pompoen in een hapjespan tot deze gaar is. Voeg dan de stukjes tomaat toe en als laatste de geklutste eieren. Met het deksel op de pan gaar laten worden en na ongeveer 5 minuten (eventueel in delen) omdraaien. Tijdens het koken raden we een glas half bevroren cola aan.

Wijntip: Tabali Pedegroso Gran Reserva Sauvignon Blanc 2017.

Toetje: mini Snickers en nog maar een glas wijn.

Alles komt goed (zo niet, dan toch)

Het is bijna niet te geloven, maar maandagochtend worden we gewekt door zowel een email als een whatsapp bericht van de aardige medewerker van FastAir (de bagage afhandelaar van Iberia): we kunnen de lucht gids ophalen bij de wijnmakerij.

Direct na het ontbijt vertrekken we vol goede moed weer naar het cargo gedeelte van het vliegveld. Daar aangekomen blijkt de maandag toch net iets anders dan de zondag. Bij de douanepoortjes zitten overijverige medewerkers die onze Airway Bill negeren en ons aanmoedigen om om te keren en terug te komen met douane formulieren. Dat laten we ons geen twee keer zeggen, dus onder het mom van “we hebben er niets van begrepen” rijden we snel door naar FastAir, onderwijl checkend in de spiegels of we niet gevolgd worden.

Bij FastAir aangekomen, blijken we niet de enige te zijn die op maandag terug moesten komen. Het kantoortje staat propvol mensen die allemaal goederen komen ophalen of versturen. We trekken een nummertje en zien Uruguay 1-0 scoren. Als we eenmaal aan de beurt zijn ontvangen we een flinke stapel papier waarmee we naar “aduana” moeten. Zo gezegd, zo gedaan en de medewerker in het kantoortje van “aduana” verdwijnt in de kitchenette om daar na een klein half uurtje weer uit te komen met niet alleen gestempelde documenten, maar ook een printje van Google Translate met daarop de instructies “with this document you must remove the guides in the bodega of FastAir”.

Je begrijp het al: we rijden weer terug naar FastAir, (pikken onderweg nog bijna een oude man op die een lift naar de uitgang nodig heeft), en zien dat Uruguay inmiddels met 2-0 voor staat. Blijkbaar is het heen en weer gaan tussen FastAir en de douane een standaard riedeltje, want we zien veel dezelfde gezichten en inmiddels zijn verschillende mede-wachtenden bereid om ons te helpen met uitleg en vertalingen van hetgeen gezegd wordt.

Maar ons geduld wordt beloond: na nog eens een uur wachten op de juiste papieren en stempels (we zien Uruguay in de tussentijd met 3-0 winnen van Rusland) en na betaling van allerlei extra’s zoals administratie- en opslagkosten, kunnen we dan eindelijk de tas ophalen!

Bij de douanepoortjes ontstaat nog wat verwarring over een ontbrekende douane-stempel, maar dankzij de fantastische inzet van de man uit de kitchenette (die niet alleen de kitchenette verlaat, maar met ons meegaat naar de uitgang om er zeker van te zijn dat we worden doorgelaten) passeren we even later de douane mét al onze spulletjes.

Aan het begin van de middag verlaten we dus na de nodige ritjes van het spreekwoordelijke kastje naar de muur (in ons geval tussen FastAir en “aduana”) eindelijk de luchthaven van Santiago en al snel doemen vóór ons de besneeuwde toppen van de Andes op. Wat een prachtig (voor)uitzicht! Ruim 40 haarspeldbochten en evenzoveel andere kronkels en bochten verder bereiken we El Colorado (2730m), onze toegangspoort tot het skigebied Tres Valles!

Het gaat zoals het gaat – deel 2

Tantalizing – tormenting or teasing with the sight or promise of something unobtainable

Gisteravond zijn we geheel volgens plan in Santiago de Chile aangekomen. Omdat we in Chili niet al teveel tijd hebben en nog willen snowboarden, hebben we een vrij strak schema. Wellicht iets té strak, want tot nu toe verloopt niets volgens plan.

Twee weken geleden hebben we World Bagage Services in de arm genomen voor het versturen van onze snowboardspullen. World Bagage klopt wel, maar met Service heeft het weinig te maken. Met een week vertraging zijn de spullen afgelopen woensdag met Iberia verstuurd en afgelopen donderdag in Santiago aangekomen. Afgezien van een Airway Bill hebben we echter geen informatie gekregen en we hadden dus geen enkel idee of de tas überhaupt was aangekomen en hoe we deze zouden kunnen veroveren.

Direct na aankomst in Santiago gaan we daarom op zoek naar de bagage service van Iberia. Na enig speurwerk vinden we nog een enkele medewerker die ons na een korte omschrijving van het bagagestuk weet te vertellen dat hij de tas wel gezien heeft, maar dat deze diezelfde ochtend al is opgehaald. Hij weet het heel zeker. WTF?! Terwijl we rustig proberen te achterhalen wat er aan de hand is, laten we hem voor de zekerheid toch maar een foto zien van de tas. Hmm… deze tas heeft hij niet gezien. Goed nieuws dus dat de tas niet door iemand anders is opgehaald, maar waar zou de tas dan zijn?? Na nog wat overleg, komt de medewerker met de conclusie dat we de volgende ochtend maar terug moeten komen.

Zo gezegd, zo gedaan en na een brakke nacht in een zeer gehorig boutique hotel (dat dan weer wel) melden we ons wederom bij de bagageservice van Iberia. De vriendelijke dame die ons te woord staat, bekijkt onze Airway Bill eens kritisch en probeert ons dan in half Spaans, half Engels uit te leggen dat we naar Iberia Cargo moeten. De Blue Bus kan ons daar wel heen brengen. Deze Blue Bus blijkt echter een pendelbus tussen de luchthaven en het stadscentrum te zijn, en na een tijdje zoeken, nadenken en internetten besluiten we om maar met onze huurauto naar de cargo afdeling te rijden. Daar aangekomen begint een nieuwe episode van de saga. Twee supervriendelijke medewerkers die behalve “hello” en “goodbye” weinig Engels spreken, doen hun uiterste best om ons te helpen. En met succes, want de tas wordt gevonden. Er is echter één probleempje: de douaneformulieren zijn nog niet in orde. En dus komen ze tot de enige mogelijke conclusie: jullie moeten maandag terugkomen.

Enigszins in mineurstemming brengen we de middag door in Santiago en doen vast boodschappen voor ons verblijf in El Colorado. Tegen het einde van de middag vertrekken we richting de bergen met als doel rond etenstijd in ons apartement aan te komen. Hoe hadden we kunnen vermoeden dat ook dit niet zou lukken?! Onderweg naar El Colorado stuiten we namelijk op een piepklein probleempje: de weg die ons de bergen in moet brengen, is na 16:00 gesloten voor verkeer dat bergop gaat. Er zit dus niets anders op dan om te keren en terug naar Santiago te rijden.

En zo komt het dus dat we twee dagen na aankomst, voorzien van boodschappen voor de komende 3 dagen en een reeds betaald apartement in El Colorado, onze intrek hebben genomen in een hotel naast het vliegveld. Zodat we morgen geheel in de stijl van “Groundhog Day” het hele riedeltje nog eens kunnen beleven. Op hoop van zegen. Gelukkig hebben we als troost wel vast een foto van de tas meegekregen…

Rapa Nui

Voor het eerst sinds we vertrokken zijn, heb ik een beetje een writers-block. Niet dat er niets is om over te schrijven (integendeel!), maar omdat we op Paaseiland (Rapa Nui) weinig hilarische dingen hebben meegemaakt en dit gewoon een prachtig eiland is met een zeer indrukwekkende (en geenszins grappige) geschiedenis.

Voor degenen die nog weinig weten over Paaseiland hier een paar feitjes. Paaseiland is een van de meest afgelegen bewoonde eilanden op aarde. Het dichtsbijzijnde bewoonde eiland is Pitcairn (2000km); de afstand tot Chili bedraagt 3700km en tot Tahiti 4100km. We zitten hier dus vrij letterlijk in ‘the middle of nowhere’. Paaseiland vormt daarnaast een van de drie hoekpunten van de driehoek die Polynesie omvat: van Hawaii in het noorden, tot Nieuw-Zeeland in het zuiden, tot Paaseiland in het oosten. Tenslotte ligt Paaseiland net onder de Steenbokskeerkring, waardoor er dus geen tropisch rif rijk aan vissen omheen ligt. Ook zijn er van nature weinig planten en dieren aanwezig, waardoor het eiland altijd geplaagd is door beperkte natuurlijke resources.

Maar de meeste mensen kennen Paaseiland natuurlijk vanwege de beelden. Deze beelden (moai) werden uitgehouwen uit vulkanisch gesteente, en vervolgens op een soort altaar gezet. De verschillende stammen op het eiland geloofden dat deze moai hen kracht (mana) gaf, en meer beelden betekende dus meer kracht. Toen de resources op het eiland geleidelijk aan op raakten, ontstonden er oorlogen tussen de stammen. De moai werden hierbij omgegooid, om de zodoende de tegenstander te verzwakken. En zo komt het dus dat er op Paaseiland vandaag de dag zo’n 900 beelden zijn, waarvan de meeste omgevallen zijn of nog onderweg van de vulkaan naar hun bestemming. En dat betekent dat er werkelijk op het hele eiland moai te vinden zijn – veel meer dan wij van te voren hadden kunnen denken!

We brengen de dagen dus door met het bezoeken van de verschillende elementen van de rijke geschiedenis. We mountainbiken langs grotten die men gebruikte om te schuilen tijdens de oorlogen, we rijden langs de verschillende platformen waar de moai nog overeind staan en wandelen over de flanken van de vulkaan die eigenlijk gewoon een hele grote werkplaats is. En tussendoor lopen we heen en weer door het straatje, langs de souvenirwinkeltjes en de lege restaurants (want laagseizoen) en proberen we ons zo goed mogelijk aan te passen aan de verschillende seizoenen die we op 1 dag zien (zo gaan we inmiddels moeiteloos van lange broek en donsjack naar bikini/zwembroek en zijn we zelfs wezen snorkelen!).

Het hele eiland is eigenlijk 1 groot openluchtmuseum en we voelen ons hier helemaal op vakantie. Want we hoeven niks en we verblijven 4 nachten op 1 plek (een voorlopig record)! En we bereiden ons langzaam voor op de winter die ons staat te wachten. Nog een paar uur en dan vertrekt ons vliegtuig naar Santiago, waar we als alles goed gaat onze snowboardspullen kunnen ophalen zodat we maandag op de piste kunnen staan!

Het moet niet gekker worden

Heb je ook weleens die droom waarin je wakker wordt op een totaal andere plek dan waar je had moeten zijn en je je in paniek afvraagt hoe je nog op tijd op de juiste plek kunt komen? Nou, dat gevoel bekroop ons ook toen we in Tahiti (Frans Polynesië) aankwamen.

Na een reis van 31 uur werden we wakker in … Frankrijk. Want dat is precies onze eerste indruk van Frans Polynesië: Frankrijk in het klein. We eten croissants en baguettes met brie bij het ontbijt, doen boodschappen bij Casino en Carrefour, en interacteren op Tahiti en Raiatea bijna alleen maar met Fransen lijkt het. Want de meeste business hier wordt gerund door Fransen die met een Polynesische getrouwd zijn en de andere toeristen zijn vooral Franse vakantiegangers.

Maar wat is het hier mooi! De eilanden zijn eigenlijk vulkanen die ingezakt zijn terwijl het omringende koraalrif naar boven bleef groeien. Hierdoor is elk eiland omringd door haar eigen koraalrif en ligt er midden in de lagune een puntige berg die ooit een vulkaan was. Op het rif ontstaan soms weer eilanden door aangespoeld zand, ook wel motu’s genoemd. Je kan hier dus enerzijds fantastisch snorkelen en duiken en anderszijds prachtige wandelingen maken naar spectaculaire watervallen. En omdat het uitgaansleven hier te vergelijken is met de Franse après-ski, doen we ons dus tegoed aan uitstapjes in de natuur, en bezoeken we naast Tahiti de eilanden Raiatea, Maupiti en Rangiroa.

Tijdens onze eerste snorkeltrip op Raiatea worden we aangenaam verrast door een flinke groep rifhaaien die ons nieuwsgierig bekijkt in ondiep water. En even later proberen we ons in al even ondiep water een weg te banen door een doolhof van koraal waar talloze vissen ons omringen en schoon proberen te maken. Het water is zo helder, dat je zelfs vanaf de boot de vissen kunt zien! In Maupiti bezoeken we Manta Point, waar we geheel volgens verwachting mantaroggen onder ons door zien zwemmen, Coral Garden, waar de vissen nieuwsgierig naar ons toe komen zwemmen en hebben we tijdens de lunchpauze een close (30cm) encounter met twee pijlstaartroggen. En op Rangiroa kijken we naar dolfijnen die zich vermaken in de Tiputi Pass, waar de stroming die vanuit het atol naar buiten gaat de inkomende golven ontmoet.

Ook bezoeken we samen met twee hondjes van ons pension in Raiatea een mooie waterval van drie etappes, waar we de laatste twee etappes letterlijk op handen en voeten en met behulp van touwen over gladde rotsen en modderige paadjes moeten klimmen en klauteren. Dit blijkt een terugkerend thema, want in Maupiti moeten we wederom met touwen en over rotsen klimmen om een uitzichtspunt te bereiken vanwaar we een groot deel van het atol kunnen overzien. Omdat Rangiroa uit alleen nog het atol bestaat hebben we hier geen touwen nodig, maar fietsen we door de regen over het stukje asfalt dat de twee uiteinden van de motu met elkaar verbindt.

Al met al zijn we best wel vriendjes geworden met Frans Polynesië. Ondanks alle Franse toeristen voorzien van bloemen- en schelpjeskettingen en wellicht mede dankzij het totale gebrek aan Nederlanders. Weer een stukje van het paradijs gevonden dus. En dat in Frankrijk! Het moet niet gekker worden.

De ‘mixed blessing’ van georganiseerde tourtjes

Op elke bestemming kom je ze wel tegen: georganiseerde tourtjes waarbij je op één dag meerdere bezienswaardigheden bezoekt. De belofte is simpel: 1 dag, minstens 4 activiteiten of bezienswaardigheden, lunch en pick-up/drop-off van je accommodatie. En dat alles in kleine groepjes, waarvan de grootte van te voren nooit duidelijk gecommunuceerd wordt. Omdat het vaak een heel gedoe is om zoiets zelf te organiseren (in ons geval ontbreekt het meestal aan een vervoersmiddel (boot) en kennis van de exacte locaties waar de haaien/mantaroggen/koraaltuinen zich bevinden), proberen we een goede balans te vinden tussen “wij doen lekker alles zelluf” en een georganiseerde tour. En vaak pakt zo’n tour helemaal niet slecht uit. Buiten het hoogseizoen hebben we bij gebrek aan toeristen vaak een privétour en als dat niet het geval is, ontmoet je regelmatig toch aardige mensen waar je een fijne dag mee door kunt brengen. Maar soms heb je ook gewoon vette pech. Zo spant een boottochtje naar ‘Penguin Island’ de kroon, sinds vandaag op de voet gevolgd door ‘Lagon Bleu’.

In 2014 maakten we in West Australië samen met vrienden uit Perth een uitstapje naar Penguin Island, een klein eiland voor de kust van Perth waar we pinguins konden zien. Het was helaas slecht weer, waardoor we enigszins in mineurstemming aan de dag begonnen. Eenmaal op Penguin Island aangekomen, werd de stemming er niet beter op. Op Penguin Island wonen namelijk inderdaad honderden pinguins, maar overdag verlaten deze pinguins het eiland om elders op zoek te gaan naar vermaak en wellicht ook voedsel. Alleen zieke en zwakke pinguins blijven de hele dag op het eiland. En zo kwam het dus dat we op Penguin Island genoten van het gezelschap van 4 zieke pinguins, terwijl donkere wolken zich boven ons bleven samen pakken.

Vandaag hadden we een vergelijkbare ervaring tijdens ons bootochtje naar Lagon Bleu, oftewel The Blue Lagoon. Het programma was veelbelovend en bevatte een verscheidenheid aan activiteiten: eerst zouden we het atol oversteken naar de Blue Lagoon, waar we achtereenvolgens zouden snorkelen, een bezoek brengen aan ‘bird island’, ‘pink beach’, en vervolgens een bbq op het eiland. Na de bbq stonden er nog een voedersessie en snorkelen met haaien op het programma, gevolgd door de terugreis en nog een laatste snorkelstop in Avatoru Pass. Dus vol goede moed schreven we ons in en wachtten we op de pick-up.

En zo kwamen we terecht in wat met recht een ‘touristtrap’ genoemd kan worden. Nadat we opgehaald zijn, stappen we in een bootje, waarin reeds 14 anderen (lees: Franse toeristen) zitten te wachten. Met zijn 16-en vertrekken we dus naar de andere kant van het atol. Daar aangekomen blijkt dat de verschillende activiteiten die vóór de lunch moeten plaatsvinden, verpakt zijn in het bezoek aan de Blue Lagoon. We leggen aan bij het eiland, stappen van de boot en krijgen een paar spaarzame instructies van de gids (“daar kun je snorkelen” en “de lunch is om 12:30”), terwijl er nog twee boten aanmeren met daarin nog een stuk of 20 toeristen.

Met enige tegenzin beginnen we aan de snorkeltocht. Omdat we de memo “waterschoentjes meenemen” gemist hebben, traverseren we achterstevoren op onze flippers het zeer ondiepe water, terwijl we proberen niet op het koraal of zeekomkommers te staan*. Na 15 minuten ploeteren, bereiken we een iets dieper stuk en bekijken we de spaarzame vissen in melkachtig water.

Omdat het weer inmiddels is omgeslagen, lunchen we onder een afdakje terwijl wind en regen vrij spel hebben. Over ‘bird island’ en ‘pink beach’ wordt met geen woord meer gerept en we gaan ervan uit dat gezien de huidige weersomstandigheden deze elementen uit het programma geschrapt zijn. Na de lunch is er het beloofde haaien voeren, maar het absolute dieptepunt van de trip is het snorkelen in Avaturo Pass. Met drie boten tegelijk komen we aan en voor ik het goed en wel doorheb liggen we met zo’n 25 man in dezelfde 50m2 zee; het grootste deel van de snorkelaars voorzien van een idioot snorkelmasker (maar wel waterschoentjes) en minstens 4 deelnemers die niet erg goed kunnen zwemmen. Terwijl wij met onze flippers op eigen houtje het koraal verkennen (tegen de zin van onze gids in want “we have to stay with the group”), kijken we toe hoe dezelfde gids op zijn waterschoentjes van koraalrots naar koraalrots stapt, onderwel een boei voortrekkend waaraan (jazeker) een ietwat stevige Franse madame hangt. Serieus.

Hoewel op zich een prachtige snorkellocatie, is het toch lastig om ervan te genieten in het gezelschap van spartelende waterschoentjes met zuurstofmaskers. Maar we mogen niet klagen. We hebben in ieder geval weer een leuk verhaal 😉

*one sea cucumber may have been hurt during the making of this blog 😦